Category: Wijk bij Duurstede Page 1 of 6

Het poortje van de Peperstraat naar de Mazijk in Wijk bij Duurstede. Tjonge, jonge wat heb ik als jochie zijn hier veel onderdoor gelopen en gefietst. Goed bukken anders kwam je met je hoofd tegen de harde houten balken, en dat deed echt pijn. Dinsdag 4 Februari 2020.

De Mazijk in Wijk bij Duurstede. Hier stond rechts mijn lagere school ‘School met de Bijbel’. Ik heb hier ongeveer vanaf augustus 1957 tot juni / juli 1963 op school gezeten. Toen ik hier in de 60er jaren op school zat was dit huis een schuur met twee grote houten deuren. Ik heb nog eens met een steen een dakpan van het schuurtje kapot gegooid, wat natuurlijk niet mijn bedoeling was. Maar meester Van Dijk had het gezien en ik kreeg straf van hem. Wat voor een straf weet ik niet meer, misschien wel ‘nablijven’. Ik heb ’s middags thuis gekomen maar niets gezegd, anders had ik van mijn moeder nog een keer straf gekregen. Hiervandaan gezien, in de allerlaatste boom aan de linkerzijde, tegenover de speelplaats van de school heb ik als jochie heel wat keren geklommen. Ik heb er vandaag nog eens bij de boom staan kijken, en natuurlijk nog een paar foto’s van hem gemaakt. Ik zou nu echt niet meer zo snel als vroeger naar boven kunnen klimmen, ja met pijn en moeite kom ik denk ik nog wel naar boven, maar zeker niet meer zo snel als vroeger. Toen waren wij als schooljochies razend snel een stuk in de knoestige boom naar boven gekropen. Mooi dat de oude boom er nog staat. Dinsdag 4 Februari 2020.

In de uiterwaard, De Lunenburgerwaard in de regen. langs de Neder-Rijn bij Wijk bij Duurstede. Het was een regenachtige dag vandaag, met soms stevige buien. Het kerkje in de verte, aan de overkant van de rivier staat in Rijswijk, in Gelderland. Dinsdag 4 Februari 2020.

Dit is een van mijn oudste foto’s die ik omstreeks 1977 van de kleine boerderij aan de oude dijkdoorbraak ‘De Noord’ van 1747 aan de Lekdijk-West in Wijk bij Duurstede heb gemaakt. Dit fotorolletje is in de loop der jaren heel slecht geworden. Ik ben hap snap oude negatieven aan het scannen, en ik moet er nog duizenden doen. Gelukkig zijn de meeste negatieven redelijk goed gebleven, maar sommige rolletjes zijn jammer genoeg erg slecht geworden.Vroeger in de 60er jaren, woonde hier als ik het goed heb onthouden boer ‘Van de Brink’, en later dokter Honing. Het negatief is slecht, maar ja beter iets dan niets.

De dijkdoorbraak bij De Noord, langs de Lekdijk-West in Wijk bij Duurstede. Volgens de geschiedschrijving is op dinsdagmorgen 28 Februari 1747 hier de dijk doorgebroken. In Wijk, het oude ommuurde stadje is er groot alarm. Het zakkende water van de Lek heeft de dijken verzwakt. Hier op deze plaats is over een breedte van een vijftig meter de dijk weggezakt, eerst langzaam, maar daarna stoomt en kolkt het rivierwater ver het achtergelegen land in. Het is een ramp. De schrik en angst slaat de mensen om het hart. Maar er nog een ander verhaal, luister maar eens. Ik ( Gerrit Marchal ) was omstreeks 1962 een jochie van een jaar of tien, toen ik aan het eind van een warme zomerdag met vader ( Wout Marchal ) en met een van de sluiswachters die aan de andere kant van de sluizen woonde ( Ik dacht Booy, als ik zijn naam goed schrijf ), boven op de dijk, die voor ons huis lag, in het gras zaten. Vader was met dhr. Booy in gesprek, en ik was wat aan het spelen, toen mijn aandacht werd getrokken door het verhaal wat vader vertelde. ‘Ja’ zei vader, ‘Ik heb us horen vertellen, daar waar nu de put aan de dijk is, ja daar’, wijzend richting de Bosscherwaarden, ‘Dat daar vroeger een alleenstaande boer woonde. Het moet een slechte kerel zijn geweest, die vloekte, zoop en bar slecht voor zijn dieren was’. Ik ging wat dichter bij vader zitten verder kauwend op een grasspriet. Vader vertelde zijn verhaal verder. Dhr. Booy en ik luisterden aandachtig. ‘Maar God laat niet met zich spotten’ zie vader met wat zachter stem. ‘Op een kwaaie nacht is de dijk doorgebroken, en de boerderij, de boer en al zijn vee is verzope’. ‘De put moet naar diep zijn, ze zegge wel us dat er geen bodem in zit’ vervolgde vader. ‘Of het waar weet ik natuurlijk niet, maar ja, je weet nooit he’. Ik ben het door vader vertelde verhaal nooit vergeten. ‘Kom jochie’ zei vader een poosje later, ‘we gaan naar huis, anders weet je moeder niet waar je ben, je ben toch al zo’n zwerver’. Samen liepen wij het trapje met schots en scheef liggende stenen en tegels de dijk af, naar ons achter de hoge populieren, en in hoogstamboomgaarden gelegen huisje onder aan de dijk. Ook moeder heb ik in latere jaren hetzelfde verhaal wel eens horen vertellen. Jaren later, toen ik ouder geworden was zwierf ik zo af en toe langs de plas, en soms gekeken naar restanten van de boerderij. Maar natuurlijk heb ik nooit iets gevonden. Wel zag ik eens in de jaren 70 een slang door het hoge gras wegkruipen. Toen in de 60 en 70er jaren zwommen tussen de mooie waterplanten, waterhoentjes en meerkoetjes met hun schuwe jongen die knalrode kopjes hadden, in de stille, gedeeltelijk met hoge wilgen omgeven plas. Op een oude kaart uit 1910 staat dat de put 8 tot 10 meter diep was, met een slik-modderlaag van 60 cm. Nu is de put afgezet met een heining. Maar in vroeger jaren, waar nu de laagboomgaarden zijn, waren hier vogelrijke weilanden, en bloemrijke slootjes waar oude holle knotwilgen stil gebogen over het blinkende slootwater stonden. Gelukkig heb ik vanaf 1977 ook hier regelmatig foto’s gemaakt. Ik vond het toen altijd heerlijk om langs deze slootjes te zwerven, kijkend in en bij iedere oude knotwilg, genietend van het leven in de heldere slootwater, kijkend naar de wantsen, kevers, beekjuffers, schaatsenrijders, de nooit rustende watervlooien waar ik een zwak voor had, de watermijten en kronkelende bloedzuigers, en kleine blinkende stekelbaarsjes. Genoten van de mooie waterplanten langs, en in de slootjes, zoals bv. de waterviolier, pijlkruid en watermunt etc. Ja ik heb toen heel wat keer plat op mijn buik gelegen om het leven in het slootwater te bewonderen, en nog steeds vind ik het prachtig wat groeit en bloeit in het land en slootjes. Ik zie moeder in gedachten nog soms glimlachend zuchtend kijken, als ik weer met een vieze overall thuis kwam. Maar het is in de natuur, weilanden en uiterwaarden allemaal stukken minder mooi geworden dan vroeger. Jammer genoeg is er veel moois aan bomen, dieren en wilde planten verdwenen. Bijgaande foto heb ik genomen op 22 Februari 1990.

De Singel ( Lange Singel ) vanaf de NH kerk in Wijk bij Duurstede. 30 April 1983.

Wijk bij Duurstede, vanaf de NH Kerk. 30 April 1983. Gezien richting de Hoogstraat en Singel en links de Zandweg.

Wanneer gaat het weer eens lekker vriezen en sneeuwen. Uiterwaarden Lunenburgerwaard in Wijk bij Duurstede. December 2010

Nog een leuk plaatje uit 1978. Vader had, als ik het goed heb onthouden, een kalfje ( Lupo 2 ) gekocht maar het wilde niet zo goed drinken. Van wie de koe was weet ik ook niet meer, ik dacht van Herman van Rijn die schuin achter ons woonde. Maar vader met mijn oudste broer Wout probeerden het kalfje aan haar koeienverstand bij te brengen dat het kon drinken uit 1 van de vier spenen. Het ging niet makkelijk, maar toen de kleine het eenmaal door had… In vaders boomgaard. Sluis Zuid 6 in Wijk bij Duurstede.

Vaders kersenplukmandje. Ongeveer 5 kilo kersen kan in de mand, net de goede hoeveelheid van de houten kersenkistjes uit de jaren vijftig en zestig, en de jaren daarvoor denk ik. 1978.

Het is alweer een dikke 40 jaar geleden dat ik in april of mei 1978 deze foto heb gemaakt van het wegje ( Sluis Zuid, in Wijk bij Duurstede ) voor mijn ouderlijke woning. De dunne populieren zijn in begin eind 70 er jaren omgezaagd, en de dikke populieren rechts, in November 2009. In de laatste veertig jaar tussen bovenstaande foto en het moment dat de bomen zijn gerooid, waren zij nog flink gegroeid. Wel jammer dat de bijna altijd ruisende bomen er niet meer staan. Jarenlang hoorden wij de hoge populieren voor ons huis ruisen en ritselen. Tijdens stevige stormen, en onweersbuien kreunden de bomen, als dan de takken heen en weer gezwiept werden, en donkere schaduwen zich zwart aftekeneden tegen de felle lichtflitsen. Maar de bomen begonnen oud te worden. Ongeveer 65 jaarringen heb ik geteld bij een van de omgezaagde bomen. Tijdens zware stormen, vaak komend vanuit Gelderland braken soms boomstamdikke takken af en vielen op het klinkerwegje en bermen. Tijdens een hevige onweersbui in 1977 sloeg in een boom voor de boerderij van onze buurman, een goede honderd meter van ons huis de bliksem in. Wij schrokken hevig van de daverende klap. Er was, zoals wij de volgende dag zagen, een enkele meters lange wigvormige hap uit de boomstam geslagen, vanaf de eerst takken tot de wortels, en dit lag verspreid in ontelbare spaanders en rafels over het wegje en in de berm. Er was altijd een meterslang litteken van de blikseminslag in de boom te zien. De naam van de boerderij van onze buren was ‘Iedere morgen nieuwe zorgen’. ‘Vredehof’ was de naam van ons huisje onder aan de dijk. Met zwarte verf was deze naam op een witte grote steen geschreven. De steen is na moeders verhuizing door mijn jongere broer Johan meegenomen. Nu Johan zo onverwachts, ongeveer een jaar geleden is overleden, komt deze steen, zoals zijn wens was, op zijn graf te liggen, op de begraafplaats in Nederlangbroek.

Iedere echte oude ‘wijkenaar’ kende Cor wel. Hij woonde in de Munsstraat in Wijk bij Duurstede. Ik heb deze foto omstreeks 1982 bij Cor in zijn huis in de Munsstraat gemaakt met zijn, zoals hij vertelde uit de Lek gered hondje. Cor was misschien een wat eenvoudiger man, maar wel iemand met een goed hart. Vaak zat hij voor zijn huis op een van de vensterbanken te kijken naar de wereld om hem heen. Zijn bijnaam was ‘Nitsie’ maar waarvan deze bijnaam vandaan komt weet ik niet.

Vader, Wout Marchal is omstreeks 1952 bij Jan Vernooy in de boomgaard appels aan het plukken. In later jaren zo omstreeks 1960 was het gebruikelijk dat vrouwen met kinderen tijdens de appelpluk, gevallen appels en peren mochten oprapen ( ‘Appels knoken’ zei men dan. ) in de boomgaarden. Van de opgeraapte appels werd dan thuis heerlijke appelmoes gemaakt. Als jochie zijnde, ( Ik ben geboren in 1952 ), weet ik nog wel, dat ik in de toen nog stille, door hoogstamboomgaarden slingerende Trekweg ( Trechtweg ) appels heb opgeraapt. Op een of andere manier was het wel gezellig, met de onder de fruitbomen naar appels zoekende moeders met hun kinderen. Je moest natuurlijk wel uitkijken dat je geen appel of peer op je kop kreeg als je onder een hoogstamboom liep waar de plukkers nog aan het plukken waren. Ik heb vaders plukschort nog bewaard.

Nog een kiekje uit moeders oude schoenendoos. Vader Wout Marchal is omstreeks 1952 bij Jan Vernooy in de Wijkersloot in Wijk bij Duurstede, appels aan het plukken. Vader heeft op de foto zijn plukschort net geleegd in een van de kisten en geniet van een lekkere appel.

Mijn moeder Jo Marchal-Nokkert ( getrouwd met Wout Marchal ) in de zomer van 1949 met mijn oudste broer Wout en zuster Bea en in de kinderwagen broer Henk, in de Peperstraat in Wijk bij Duurstede.

Mijn ouderlijk huis, gelegen onder aan de dijk. Sluis Zuid 6 in Wijk bij Duurstede. Ik ben de datum van deze foto kwijt, maar zo te zien denk ik omstreeks 1979.

De lucht wordt steeds donkerder boven de Bosscherwaarden en het omliggende land. Het zal niet zo lang meer duren voor het gaat regenen.

Ik zit nog geen minuut in de auto, op weg naar huis in Almere, of het gaat hard regenen. Prinses Irenesluizen in Wijk bij Duurstede. Links onder aan de dijk, tegenover de middelste sluistoren stond vroeger mijn ouderlijk huis, van Februari 1958 tot begin 1983. Mijn ouderlijk huis, wat ook echt verouderd was, is gesloopt en er staat sinds enkele jaren een mooie nieuwe woning. Maar als jongen zijnde heb ik hier wel een mooie en avontuurlijke jeugd gehad, en veel gezworven in weilanden, boomgaarden en uiterwaarden. Zaterdag 18 Januari 2020.

Sl

Bij de oude kleiputten bij de voormalige steenoven ‘De Bosscherwaarden’ leven bevers. Bijna altijd als ik hier kom zie ik doorgeknaagde bomen en aangevreten takken. Maar een bever heb ik nog niet gezien. Ik blijf zoeken. En wie weet komt eens de dag…

Van de oude dikke knotwilg is een grote tak afgescheurd. Hij is nu echt oud aan het worden. Altijd als ik tijdens het struinen hier in de buurt ben ga ik even bij de oude knotwilgen kijken, en klop even op zijn ruwe bast. Ik ken deze dikke knotwilgen al sinds ongeveer 1962. Toentertijd stonden hier langs de slootjes meer knotwilgen, maar ik de loop der jaren zijn er veel gerooid. Eveneens zijn hier jammer genoeg prachtige meidoornhagen verdwenen waar toen veel vogels, en zoogdieren in leefden. Laten wij zuinig zijn op de bomen, struiken, planten en slootjes die hier nu nog zijn in de Bosscherwaarden. Wijk bij Duurstede. Zaterdag 18 Januari 2020.

De modder van de uiterwaarden plakt aan de hoofden van de paarden. Vanuit de verte, toen ik richting de paarden liep, zag ik er nog eentje rollen in het wat modderige zand.

Langs de Lekoever in de Bosscherwaarden.

Paarden in de stille uiterwaard ‘De Bosscherwaarden’ in Wijk bij Duurstede. Sinds ongeveer 1959 zwerf ik hier al rond, vroeger met mijn oudere broers. Bijna ieder jaar kom ik hier wel een paar keer om lekker te struinen, naar de vogels, planten, koeien en paarden etc. te kijken. De paarden hebben net nog bij de oever van de Lek, en eentje in het rivierwater gestaan, en eten nu rustig van de grote baal hooi. Zaterdag 18 Jan 2020.

Alles wordt goed in de gaten gehouden. Bosscherwaarden in Wijk bij Duurstede.

Opvliegende Ganzen langs de oevers van de Lek in de Bosscherwaarden. Op de achtergrond het witte kerkje van Rijswijk in Gelderland. Zaterdag 18 Januari 2020.

De paarden van Joop van Rijn, in de uiterwaard ‘De Bosscherwaarden’ worden goed verzorgd. Wijk bij Duurstede. Zaterdag 18 Januari 2020.

Onverwachts, terwijl ik naar de paarden staat te kijken vanaf een rivierkrib loopt een van de paarden de Lek in, en slaat met haar been het rivierwater een paar maal hoog op. Bosscherwaarden.

Mooie paarden van Joop van Rijn langs de Lekoever in de Bosscherwaarden bij Wijk bij Duurstede. Zaterdag 18 Januari 2020.

Vaders geiten. Voorjaar 1978. Omstreeks 1964 had vader een stuk of vijf geiten, voor de melk en zijn plezier. Aan het eind van de dag werden sommige geiten door vader gemolken, en de melk werd bij mijn ouders in de altijd koele kelder bewaard. Moeder maakte ’s morgens voor wij naar school, en vaak ’s avonds voor wij naar bed gingen in een steelpannetje op de oude zwarte houtkachel, waarin bovenin ijzeren ringen zaten de geitenmelk lekker warm. Er dreef dan in het pannetje een vettig laagje op de opgewarmde melk. Hup de warme melk in je bord, een beetje Brinta erop, goed roeren, en je had dan een heerlijk bord pap. Maar iedere ochtend moesten deze geiten in het gras aan de slootkant, van toen nog het stille landwegje ‘Sluis Zuid’ in Wijk bij Duurstede buiten gezet worden. In soms geen dagen kwam toen iemand over het stille wegje, ach ja een landbouwer uit de buurt, of de oudere jongens Herman, Ko of Joop van Rijn die wat verderop woonden, kwamen met paard en houten wagen wel eens over de harde klinkers langs klepperen. Maar goed, iedere geit had een leren halsband met daaraan een enkele meters lange dunne ijzeren ketting, met aan het einde een ijzeren ring. Door een lange ijzeren pen in deze ring in de aarde te drukken kon de geit in de loop van de dag een grote cirkel kaal vreten in het malse gras, tussen kruiden en bloemen. ’s middags werd de geit verplaatst naar een nieuw stukje berm. Het slimste en handigste was natuurlijk om de geiten stuk voor stuk uit de schuur te halen en langs de slootkant te zetten. Vader zette, voor hij naar zijn werk ging, het meest de geiten buiten. Maar soms moesten mijn broers en ik de geiten buiten zetten. Maar ja als schooljongen en stronteigenwijze puber zijnde, nam ik soms alle vier of vijf gieten gelijktijdig mee vanuit de schuur naar buiten, alle kettingen en pennen goed vasthoudend. Gloeiende..gloeiende, de geiten liepen door elkaar met het gevolg en de kettingen door elkaar draaiden. Uiteindelijk lukte het wel, maar of het nu echt sneller ging dan stuk voor stuk naar buiten brengen weet ik niet, en als ik eerlijk moet zijn denk ik het niet.

Op 25 Oktober 1984 heb ik deze pentekening afgemaakt. Het is de Stadspomp uit 1759, die op de Markt, bij de Nederlandse Hervormde kerk in Wijk bij Duurstede staat. ( Er staan twee stadspompen op de Markt ). Voor 1759, omstreeks 1745 stonden er twee overkapte waterputten op de markt, zoals te zien is op een oude gravure uit 1745.