Category: Familie Page 1 of 2

Beste mensen, op Facebook staan een aantal hier geplaatste verhalen maar dan met vele bij het verhaal aansluitende foto’s. Zie onder: Lenie Gerrit Marchal. Veel lees- en kijkplezier. m.v.g. Gerrit Marchal.

Deze foto is gemaakt omstreeks 1964. Vader en ik kijken planten in vaders tuin naast het huis ( Sluis Zuid 2 in Wijk bij Duurstede ). Moeders waslijnen waren twee kromme ijzeren draden gespannen tussen twee ijzeren palen. Eentje is nog net rechts op de foto te zien. Rechts op de voorgrond is nog een stuk van vaders broeibak te zien, en geheel rechts nog een stukje van een van de glazen broeikasramen. In de broeikas kweekte vader in het vroege voorjaar o.a. slaplantjes. Soms als het te warm werd in de broeibak deed vader een steen onder een van de ramen. Het gebeurde dan regelmatig dat onze poes, dan heerlijk opgerold lag te zonnen tussen de jonge plantjes. Op de achtergrond is een gedeelte van de vele tientallen bessenstruiken te zien die toen nog naast en achter het huis stonden. Het merendeel waren het rode bessen, kruisbessen, en een paar zwarte bessenstruiken. De rode- en de kruisbessen vond ik wel lekker, maar de zwarte wat minder. Regelmatig als wij trek hadden zaten wij verborgen, gehurkt tussen de bessenstruiken ons half vol te eten, maar vader vond dat niet erg. Geheel op de achtergrond was toen nog een oude hoogstamboomgaard met aan de slootkant hoge dichte struiken. Een paar keer heb ik toen daarin Ransuilen gezien, wel drie of vier tegelijk. Doodstil zaten zij, half verborgen tussen de takken van de grote struik, maar je met hun vastzittende grote ogen, en draaiende koppen je nauwlettend volgend. Rond schemertijd vlogen zij geluidloos laag over de boomgaardbodem op zoek naar voedsel, zoals muizen enz. Als jochie zijnde heb ik het altijd een beetje een spannende, donkere en stille boomgaard gevonden, en schrok je best wel, als in de schemering een Ransuil, vlak naast je plots langs je vloog. Bij het ijzeren hek bij de ingang van deze boomgaard, bij de lange meidoornhaag, stond een wilde kers, die in het voorjaar wonderschoon in bloei stond. Achter deze boomgaard waren de weidse weilanden met zijn rijk dieren- en plantenleven, en met in de meimaand vele kwakkende kikkers. Soms. Nee vaak als ik hier kom, mis ik wel het toen zo rijke vogelleven, de vele Grutto’s, Kieviten, Tureluurs, en hoogvliegende en zingende leeuweriken. Wat was het altijd leuk, als jonge jongen zijnde, om deze steil omhoogvliegende vogeltjes zo ver mogelijk in de blauwe lucht proberen te volgen, totdat zij plots waren verdwenen in het hemelblauw. Van de heldere bloemrijke sloten, met hun stille over het water gebogen oude holle knotwilgen is veel verdwenen of een stuk minder mooi geworden. Hoe mooi was het niet als de wind met de langwerpige wilgenbladeren speelde. Ik ben blij dat ik nog wat foto’s heb uit deze tijd. Hannes de Jongh met de bijnaam ‘De Kapaje’, en broer van Jan de Jongh, de schoenmaker uit de Peperstraat in Wijk heeft eens de boomgaard naast ons huis gepacht. Een goedlachse vriendelijke in zichzelf mompelende, en een wat loens kijkende man, die pruimde en soms geelbruine sapstralen tussen zijn tandenspleet, met een gedraaid hoofd van zich af spoot.

Bij ons thuis hadden wij vroeger bijna altijd een hond, soms twee. Zoals ook de kleine Kobus, die op een goede dag gewoon kwam aanlopen en bij ons thuis is gebleven. Waarschijnlijk was hij van, bij de sluizen aangemeerde schepen afkomstig. Op bijgaande foto, uit omstreeks 1978, zijn moeder en mijn jongste broer Jan achter ons huis, onze Snuffel, een heel lieve hond aan het wassen. Als wij als jongens, en ook jaren later gingen wandelen en struinen in de achter ons huis gelegen weilanden en uiterwaarden, ging de hond altijd mee. Wel letten wij er altijd goed op dat zij niet achter de koeien en schapen gingen rennen. Maar op een goede dag was onze Snuffel alleen op pad gegaan, en bij thuiskomst stonk zij vreselijk. Waarschijnlijk had zij op in het weiland op een dode mol liggen rollen. Aangezien onze Snuf gewoon in huis zijn plekje had, bv naast de oude houtkachel, was het dit keer echt niet te harden. Zij stonk vreselijk. Moeder begon te gillen ‘Snuf wat stink je vreselijk, m’n huis uit’ Met zijn kop naar beneden, een schuldige blik in haar trouwe hondenogen, en staart tussen haar poten droop snuf af en ging via de houten hordeur naar buien. En echt, op Snuf haar rug stonden haar donkere haren, gedeeltelijk vies plakkerig omhoog, en er kwam een vreselijke gore stank vanaf. De teil werd gepakt, en de onwillige Snuffel kreeg met Dreft een grondige schoonmaakbeurt. Niet alle stank was verdwenen, maar het was te doen. Nadat onze hond weer een beetje was opgedroogd, mocht zij weer in huis komen, draaide een paar keer rond en ging vervolgens met d’r kop op haar poten lekker slapen, bijkomend van haar mollenavontuur en wasbeurt

Mijn moeders vijf jaar oudere zus, tante Dina Nokkert was een prachtig mens, die in Maartensdijk woonde ( Nieuwe Weteringseweg 187 ) en van alles verzamelde. Kasten vol kleding, gehaakte kleedjes, bakken vol zeepjes, een sigarendoos met mooi kleurrijk borduurdraad van voor de 2e wereldoorlog, etc. Ik ging altijd tijdens een van mijn fietstochten even een kopje koffie ( met vel ) bij haar drinken. Als zij toevallig geen melk in huis had liep zij even naar de overbuurman Dirk Boogaard om daar een kannetje melk te halen. Tijdens een van die bezoeken zei zij tegen mij ‘Loop is effe mee jochie ik heb in de schuur nog een heleboel mooie jassen, er zit er vast en zeker wel eentje voor je bij’. ‘Oohhh wacht even dan ik doe nog even een vest aan’ zei zij. En voor zij naar buiten liep bevestigde zij haar huissleutel met een grote veiligheidsspeld op borsthoogte aan haar jurk. ‘Ik raak mijn sleutel wel eens kwijt he, ik weet dan niet meer waar ik hem gelegd, nou kom maar met mij mee’. Ik achter haar aan, zij liep gebogen, in haar uit de zak van Max gehaalde kleurrijke gympies, met haar door ouderdom krom getrokken benen, en ondersteund door de wandelstok van haar overleden man Henk Wouters. In het volgepakte schuurtje opende zij een van de kasten, waarin o.a. geheel zwarte, en zwart/ witte met grijs geblokte damesjassen hingen. ‘Na even snuffelen, binnensmonds gepiep, gemompel, en schuiven tussen de jassen pakte zij er eentje en zei ‘Ik denk dat deze je wel past’. Al voor dat ik het kledingstuk had aangetrokken zag ik al dat het zeker niet mijn maat was. Maar goed ik wilde haar niet teleurstellen. Maar mijn onderarmen bleven halverwege de veel te strakke mouwen steken. Van achter haar vettige oude brillenglazen keek tante Dina mij schuin omhoog kijkend aan, en zei met haar wat hoge stem ‘Oohhh hij past echt niet he, jammer het zijn nog zulke mooie jassen’. In stilte was ik blij dat het fossiele kledingstuk niet mijn maat was. Een van de mooiste verhalen vertelde mijn overleden lieve tante Wil. Tante Dina moest op een gegeven dag naar het ziekenhuis voor onderzoek. In de kleine ruimte van de steile zoldertrap haalde zij vier paar nylonkousen te voorschijn uit een verzameling van tientallen, zo niet meer, andere gelijksoortige kousen die aan een oude kapstok hingen. De meeste waren kapot of met ladders, of van twee was weer een goed paar gemaakt, etc. Zittend op haar stoel begon zij vier kapotte nylonkousen over elkaar aan te trekken, vervolgens een beetje te draaien en trekken, Vervolgens gaf zij aan klaar te zijn voor het ziekenhuisonderzoek. Vol verbazing zag tante Wil het aan en zei ‘Maar Dien zo kan je toch niet voor onderzoek naar het ziekenhuis, met vier paar kousen over elkaar’. ‘Oooh, ach dat zien zij toch niet in het ziekenhuis, je ziet toch zo geen gaten en ladders of zo’ zei tante Dina verbaasd. Maar tante Wil liet haar weten zo niet met haar weg te gaan. Alle vier de kousen werden weer uitgetrokken en een goed stel aan gedaan. Tante Wil en ome Gerard Nokkert hebben de laatste jaren van haar leven bewonderingswaardig veel voor tante Dina gedaan. De foto heb ik genomen op 28 Mei 2004, en is een van de weinige foto’s die ik heb van tante Dina in haar schuurtje.

Tussen 1890 en 1902 werd het herenhuis ‘Beukenburg’ gelegen aan de oostzijde van Groenekan, een flink stuk vergroot, tot een aanzienlijk groot landhuis. Maar jammer genoeg liet in 1925 eigenaar John E.W. Twiss Quarles van Ufford het meer dan veertig kamers tellende landhuis slopen. Volgens moeder zei haar vader, mijn opa, Jan Hendrik Nokkert, dat het vaak in huis koud was, vooral in de winterdagen. Alleen het koetshuis, en vier boerderijen zijn bewaard gebleven en gelukkig niet gesloopt. In het weiland langs de Nieuwe Weteringseweg, en aan het begin in de kromming van de ‘Beukenburgerlaan’ is ook nu nog de voormalige vijver van het landhuis te zien. Op deze vijver schaatste moeder ( Geboren op 13 mei 1921 ) in haar kinderjaren met andere kinderen uit de omgeving. Moeders vader werkte op het landgoed Beukenburg. Op zijn persoonsbewijs, verstrekt in Maartensdijk, op 5 november 1941, staat als beroep: ‘Boscharbeider’. Toen ik jaren geleden tante Dina, moeders oudere zuster had geholpen een formulier in te vullen, wilde zij mij, bij hoog en bij laag iets geven. Ik wilde eigenlijk niets van haar aannemen, ik was al blij met de door haar gemaakte koffie, behalve dan met het dikke vel, maar ach even slikken en weg was hij. Maar tante Dina gaf mij een mapje afkomstig van het oude, in 1925 gesloopte Beukenburg. ‘Als ik er niet meer ben wordt het misschien wel weggegooid, en jij ben toch gek op oude dingen’ zei tante Dina, dankbaar dat ik haar geholpen had. Ik heb het maar aangenomen en bewaar het mooie bruine mapje, met aan de voorzijde een wapen, als een mooie herinnering aan tante Dina, en aan het oude Beukenburg. In het oude huis van tante Dina, boven aan haar steile trap naar de zolder, stond nog een stuk ijzeren hek om het trapgat, wat van het oude Beukenburg afkomstig was. Ik heb er ergens nog een foto van. Wisten jullie dat er een paar mooie tekeningen, uit omstreeks 1858 van Beukenburg en omgeving zijn gemaakt door o.a. J. van Ravenwaay.

Mijn moeders vader, Jan Hendrik Nokkert, geboren op 5 december 1877, werkte vroeger op het landgoed Beukenburg. Vroeger vertelde mijn moeder wel eens wat over Beukenburg, en noemde namen, ja zij klonken mij wel bekend in mijn oren, maar wie het waren, ach het zei mij eigenlijk niet veel, ik had die mensen nooit persoonlijk gekend. Het was allemaal ver voor mijn tijd, voor mijn geboorte in 1952. Maar nu heb ik via mijn nicht Meta Nokkert, een foto uit 1930 gekregen, van het oude Beukenburg. Van links naar rechts: Henk Hogeweg, Ab Nokkert ( opa’s broer ), Willem Klomp Jr., Jonkheer Robbie Quarles van Ufford, de bewoner van Beukenburg, Willem Klomp Sr. , Rijk Oudhof, daar naast een vriend van Robbie, Vervolgens Henk Nokkert met snor, mijn opa, moeders vader, en als laatste geheel rechts, Wout Mastenbroek. Namen genoemd in de loop der afgelopen jaren door moeder, als zij vertelde over het oude Beukenburg, krijgen gezichten en komt voor mij tot leven. Op de andere foto is opa Nokkert, boven op de hooiwagen bij het hooi binnen halen op het landgoed Beukenburg. De hooibouw was vroeger nog een hele gebeurtenis, de drukste periode van het jaar voor een landbouwer en zijn knechten, arbeiders, of werknemers zou men nu zeggen. Zo tegen eind juni ging de landbouwer het hooiland eens goed bekijken, en wilde hij weten of er al gemaaid kon worden, want de hooimaand ( Juli ) kwam eraan. Liefst liet hij het gras maaien als het in bloei stond, zou hij langer wachten dan werd het gras houtachtig, en minder van kwaliteit, want het voedsel, het hooi moet goed zijn voor zijn koeien en ander vee. Het gras werd met de zeis gemaaid. Voor dat er begonnen werd met het maaien werd de zeis ‘gescherpt’. Een soort klein aambeeldje ( Haar, of Haarspit ) werd in het grasland in de grond goed vastgeslagen. Vervolgens werd het ijzeren maaiblad van de zeis, die in een schuin, in het weiland gestoken houten, aan de bovenzijde V vormige stok stond, op de haarspit gelegd en met een maanvormig hamertje ( Haarhamer ) ‘gescherpt’. De snijrand van de zeis weer scherp geslagen, en later met de ‘Strijk’ een langwerpig soort wedsteen verder gescherpt en eventuele bramen ( omgekruld ijzer ) weggeslepen. De zeis was nu gereed om gebruikt te gaan worden om het gras maaien. Het was vroeger een eigenaardig geluid, dat tikken ( Scherpen ) van de zeis door de maaiers in het stille weiland. Het met de hand maaien lijkt makkelijk, maar het valt tegen om de goede ‘Slag’ te pakken te krijgen. Het gemaaide gras liet men zo goed mogelijk drogen, en regelmatig moest het ‘gekeerd’ worden. Het groene gras moest helemaal geel zijn, goed ‘afgestorven’ zijn. Als het hooi goed gedroogd was werd het met de hooihark, of ‘Rijf’ bij elkaar geharkt en op hopen ‘Opper’ verzameld, en later werd het hooi met de hand, met behulp van een ‘Hooivork’ een soort twee- of drietand aan een lange stok op de hooiwagen opgestoken. Degene die op de wagen stond pakte het opgestoken hooi met zijn hooivork over, en verdeelde dit zo goed mogelijk over de steeds hoger wordende hooiwagen. En dit was geen gemakkelijk werk, want hij moest goed uitkijken dat het opgestapelde hooi niet ging schuiven. Als de wagen was volgeladen ging de ‘Voer- of ‘Rijgboom’ ( een houten boomstam ) er overheen, en deze werd zowel aan de voor-als achterzijde van de hooiwagen met touwen stevig aangetrokken. Bij de boerderij aangekomen werd zo snel mogelijk het hooi in de hooiberg, of hooizolder in de boerderij of naastgelegen schuren opgeborgen. Het hooien was een stoffig werk, want veel hooisprieten en stof dwarrelde naar beneden. Over het algemeen werd er in die dagen goed voor het hooien betaald, en dat was een welkome aanvulling voor menig arbeidersgezin. Als het laatste hooi binnen was dan was het feest op het erf van de boerderij. De boerin bakte wafels, waarvan iedereen die meegeholpen had aan de hooibouw kon smullen. De drankfles kwam tevoorschijn en er werd vaak een welverdiende borrel gedronken.

Op bijgaande foto, zo omstreeks 1964 genomen op het wegje voor ons huis ( Sluis Zuid toen nog no: 2 in Wijk bij Duurstede ), staat mijn jongere broer Johan, die toch geheel onverwachts, in mei 2019 is overleden. Achterop het rekje zit mijn jongste broer Jan. Het is een mooi plaatje uit vervlogen tijden. Wat was het toen nog stil op het klinkerwegje met zijn dikke hoge, en altijd ruisende populieren. Ons huis was toen nog gelegen tussen oude hoogstamboomgaarden. Achter de boomgaarden lagen weilanden, en achter de dijk, in mijn kinderogen, de wijds uitgestrekte uiterwaarden van de Bosscherwaarden. In februari 1958 zijn mijn ouders hier komen wonen. Voor die tijd woonden wij op de Hoogstraat no: 95. Op de achtergrond is geheel links de boerderij van toentertijd onze buurman Gooiert Spithoven, die met zijn broer Han ( Hein ? ) woonden. Jammer genoeg heb ik geen foto’s van Gooiert of van Han. Maar voor ik groot genoeg was om zelf een fototoestel te kopen waren beide al overleden. Bijgaande foto is waarschijnlijk door mijn oudere zus Bea gemaakt. Maar goed, Gooiert was in onze ogen gezien een soort ouwe knorrepot met grote oren, die ik weet niet hoeveel eieren at. Achter de boerderij stond een grote schuur waar ongeveer duizend kippen in rondliepen. En eigenlijk als jochie van een jaar of 8 of 10 was ik wel een beetje bang voor hem. Maar Gooiert had ook een broer die wij altijd, ik weet niet beter, Han noemden. Maar Han had ze allemaal niet helemaal op een rijtje. Soms grommend en brommend liep hij wel eens voor ons huis op het wegje met een grote stier aan een halster, een gevlochten touw, te wandelen. Waren wij jochies voor Han al bang, voor zijn enorme stier scheten wij helemaal in onze broeken. Maar ach, toen zo omstreeks 1959 kon dat nog, wandelen met je stier, In geen dagen kwam er soms iemand over het stille wegje voor ons huis. Hoogstens een landbouwer met een klepperend paard en wagen. Vader ging overdag werken, en mijn moeder was hele dagen alleen met de allerkleinsten thuis. De deuren en ramen stonden vroeger gewoon open, iets wat je nu niet meer kan voorstellen. Bijna bij iedereen in de buurt kon je gewoon naar binnen lopen, eigenlijk was nergens een deur op slot. Maar moeder was toch wel bang voor Han, die soms lange tijd voor ons huis op de weg, of dam kon staan, en vaak stond te grommen, en in zichzelf stond te praten, en richting ons huis keek. Moeder vertelde het aan vader, en ja die maakte zich ook wel zorgen. Op een goede dag, waarschijnlijk in het weekeinde, toen Han weer eens op de dam stond te turen, is vader naar hem toegegaan. ‘Weet je dat daar een vrouw woont’ had Han tegen mijn vader gezegd. Pa maakte zich toch wel zorgen, en zij tegen Han’ Han zie je daar dat grote houten hakblok ?. Han knikte mompelend bevestigend. ‘Luister Han als ik nog een keer zie dat jij een voet op onze dam zet, hak ik net als bij de kippen je kop eraf’ Han schrok, Misschien is het hard, maar wat moest vader toen anders. Maar Han heeft nooit meer staan turen naar ons huis, en eveneens nooit meer ook maar een voet op onze dam, die over de sloot die voor ons huis lag gezet. Soms zette Han ook wel eens tijdens zijn wandelingen hekken van weilanden open, en vervolgens liepen de koeien overal in het rond. Gelukkig was er omstreeks 1960 nog niet zoveel verkeer. Maar de desbetreffende boeren baalden flink en moesten hun loslopende koeien maar weer in het weiland zien te krijgen. Toen jaren later Gooiert was overleden, werden mijn ouders als buren ook gewaarschuwd. Moeder bleef bij de kinderen thuis, en vader ging even bij de boerderij van Gooiert, met de naam ‘Elke morgen nieuwe zorgen’ kijken. Zo vertelde vader later, zaten familieleden in de grote voorkamer in een kring bij elkaar. Maar waarschijnlijk vertrouwde niemand elkaar. Als er iemand naar de WC ging, liep iemand anders mee. Een van de boerinnen begon in bijzijn van de gehele groep haar kunstgebit grondig schoon te likken. De grote boerderij is later verkocht aan Geert van Rooijen, die de bijnaam had van de ‘Grote God’. Zijn zoon Adriaan kwam later nog regelmatig bij ons over de vloer, en vader en Adriaan hielpen elkaar wederzijds. Rechts op de foto is nog juist tussen de bomen wat van de oude schuur in Gooierts pruimenboomgaard te zien. Mooie oude boerenwagens stonden in deze vervallen schuur weg te rotten. Als jochie zijnde heb ik regelmatig stiekem, want het mocht echt niet van moeder, overheerlijke pruimen gejat, uit de naast ons huis gelegen boomgaard. Als jochie zijnde kon je met een kleine aanloop zo tegen de iets schuinstaande stammen omhoog lopen en de onderste takken beetpakken. Een mooie jonge kindertijd, met avontuurlijke herinneringen bewaar ik dierbaar de rest van mijn leven.

Vanmorgen ( Donderdag 9 juli 2020 ) zijn mijn nicht Meta en Ruud, haar man bij ons in Almere geweest. Het was harstikke gezellig, met een kopje kofje en een koek. Jammer eigenlijk, dat je elkaar soms jaren niet meer ziet. Meta heeft een aantal oude foto’s van vroeger meengenomen, die ik gedeeltelijk ga scannen, bedankt Meta. Mooie oude foto’s van haar ouders, opa en oma Nokkert, haar broers en andere familieleden van o.a. haar moeders zijde. In overleg met Meta zet ik de komende tijd wat van de gescande foto’s op facebook. Als iemand aanvullingen heeft, hou je niet in, wij zijn erg benieuwd. Niet alle foto’s zijn even duidelijk. Ik heb met scannen mijn best gedaan er iets van te maken, nou ja de scanner dan. Sommige heel kleine foto’s ( zoals de hier geplaatste foto ) was rechts geheel overbelicht, en de onderzijde was een vaag tuinpad wat ik maar heb weggelaten. De hier geplaatste foto is afgaande naar de geschatte ouderdom van de kinderen uit omstreeks 1928. Dus bijna honderd jaar geleden. Van links naar rechts: Jan, Henk, Jo ( Mijn moeder met haar pop ) en Rein Nokkert, drie broers en hun zusje, mijn moeder, voor de oude schuur in de achtertuin bij hun ouders, en vroeger mijn opa en oma Nokkert, Nieuwe Weteringseweg 187 in Maartensdijk. Wat ben ik blij met deze foto. Mijn moeder als klein meisje met haar pop, jammer dat zij het zelf niet meer kan zien, heel jammer, wat zou dat leuk hebben gevonden, het raakt mij om haar zo te zien, ik krijg toch een beetje vochtige ogen. En de oude schuur, prachtig. Eindelijk na al die jaren heb ik er een foto van. Als jochie zijnde van een jaar of vijf, zes of misschien iets ouder, vond ik deze schuur in de grote stille achtertuin, met zijn, aan een zijde vreemd laag dakpannen dak, een spannend iets. Een volwassen iemand moest flink bukken om binnen te komen. Het was stil en donker in deze, in mijn kinderogen grote schuur, met vreemde, door de schots en scheef liggende dakpannen, naar binnenvallende lichtstralen. Volgens mijn oudere nicht Ria van Binsbergen – Nokkert uit Amersfoort, deed opa ‘s avonds zijn geiten in deze schuur, en bewaarde hij hierin ook het voer, hooi en stro, en andere dingen.

Mijn moeder, aan de telefoon, in haar huisje bij de ‘Sluis’ in Wijk bij Duurstede. Mijn ouders hebben altijd met veel genoegen en plezier, vanaf februari 1958 hier gewoond. Het kleine huis, prachtig gelegen achter de hoge populieren, half verscholen tussen oude hoogstamboomgaarden en de verderop gelegen weilanden, aan de voet van de dijk. Deze foto heb ik gemaakt op 6 Oktober 2005.

Even iets anders. In de jaren 80, 90 en later fietste ik alleen, en soms met Lenie, van Almere naar Wijk bij Duurstede. Een afstand van ongeveer 80 KM. Wij overnachten dan bij moeder, en na een goed ontbijt, liefdevol gemaakt door moeder fietsten wij de volgende dag weer terug naar Almere. Bijna altijd gingen wij op de heen- of terugweg even bij tante Dina ( Wouters-Nokkert ), moeders oudere zus langs. Zij woonde samen met de vriendelijke ome Henk Wouters ,langs De Nieuwe Weteringseweg 187 in Maartensdijk. Die tante Dina was een prachtig mens, heel zuinig maar beslist niet gierig. Zo gauw je binnen kwam maakte zij koffie met een dik vel, en wilde zij eten voor je maken. Tante Dina verzamelde van alles. Haar schuurtje stond vol spullen. Zij had ook van oude lappen stof een soort van grote slaapzak gemaakt, waar zij dan gedeeltelijk inkroop als het koud was, en zo toch in haar schuurtje in de verzamelde spulletjes kon snuffelen. Zoals op de foto te zien is, snuffelde zij in de jaren 80 in de ‘Zak van Max’ en haalde voor haar bruikbare schoenen en gympen eruit. ‘Snap jij dat nou, dat mensen dat zomaar weggooien, in de oorlog zouden de mensen er erg blij mee zijn geweest, wat mensen nu zomaar weggooien’ zei tante Dina dan verbaasd. Ik had haar een keertje meegenomen naar Bilthoven. In een winkel, waar zij toch wel de aandacht trok met haar oude kleding, was zij volaandacht een paar rollen Mariakoekjes aan het bekijken en vergelijken. ‘Ja soms zit er in een rol koekjes eentje meer in, wist je niet he, met een glimlach mij schuin aankijkend. Na haar overlijden zijn enkele kledingstukken van tante Dina naar het museum gegaan. Op een van mijn fietstochten, zo omstreeks 1992, had zij moeite een van de Gemeente Maartensdijk ontvangen formuliertje in te vullen. Toen ik haar geholpen had, en binnen vijf minuten klaar was, wilde zij mij een briefje van honderd gulden geven voor de moeite. Ik heb het niet aangenomen. Ik wilde er echt niets voor hebben, en zei tegen haar dat ik blij was iets voor haar te kunnen terug doen. ‘Jij bent toch gek op oude spulletjes he’. Als dank moest ik bij hoog en bij laag een oud leren mapje, uit omstreeks 1920 van het nu verdwenen landgoed Beukenburg meenemen. Haar vader, mijn opa had daar vroeger gewerkt. Kijk tante Dina was wel erg zuinig, mijn moeder zei ‘Ach Dien heeft geld zat’. Maar zij was beslist niet gierig. Een goed mens was zij. En ome Henk kon met een glinstering in zijn ogen, prachtige verhalen vertellen van vroeger.

Een van de oudste kiekjes uit de familie van mijn moeder. Het is de Oma van mijn moeders vader ( Jan Hendrik Nokkert uit Maartensdijk ). Haar naam was: Janna Nieteman en woonde in Laren. Zij is geboren op: 19 April 1814 en overleden op 31 Mei 1852 in Harfsen. Leuk he, zo’n kiekje van vroeger. Mijn moeder Jo Marchal-Nokkert ( geboren 13 Mei 1921 ) is bijna 97 geworden, en heeft de weinige foto’s die zij had van vroeger altijd dierbaar bewaard.

Ome Henk Wouter in zijn voortuin ( Nieuwe Weteringseweg 187 in Maartensdijk ). Ome Henk was de man van Tante Dina. Omstreeks 1994.

Tante Dina Wouters-Nokkert was een prachtig mens, vol verhalen en spullen van vroeger. Deze foto heb ik op 6 Mei 2004 van haar gemaakt tijdens een trouwerij. Na haar overlijden zijn een aantal jurken en andere kledingstukken naar een museum gegaan.

Links is mijn moeder en rechts haar vijf jaar oudere zus Dina Nokkert. Omstreeks 1992.

Mijn moeder had een vijf jaar oudere zus, Tante Dina Nokkert. Een prachtig mens, die in Maartensdijk woonde ( Nieuwe Weteringseweg 187 ) en van alles verzamelde. Kasten vol kleding, kleedjes, bakken vol zeepjes, een sigarendoos met mooi kleurrijk borduurdraad van voor de 2e wereldoorlog, etc. Ik ging altijd tijdens een van mijn fietstochten even een kopje koffie ( met vel ) bij haar drinken. Tijdens een van die bezoeken zei zij tegen mij ‘Loop is effe mee jochie ik heb in de schuur nog een heleboel mooie jassen, er zit er vast en zeker wel eentje voor je bij’. ‘Oohhh, ik doe nog even een vest aan’ zei zij. En voor zij naar buiten liep bevestigde zij haar huissleutel met een grote veiligheidsspeld aan haar jurk. ‘Ik raak mijn sleutel wel eens kwijt he, ik weet dan niet meer waar ik hem gelegd, nou kom maar met mij mee’. Ik achter haar aan, zij liep gebogen, met haar door ouderdom krom getrokken benen, ondersteund door de wandelstok van haar overleden man Henk Wouters. In het volgepakte schuurtje deed zij een van de kasten open, waarin o.a. geheel zwarte, en zwart/ witte met grijs geblokte damesjassen hingen. ‘Na even snuffelen en schuiven tussen de jassen pakte zij er eentje en zei ‘Ik denk dat deze je past’. Al voor dat ik het kledingstuk had aangetrokken zag ik al dat het zeker niet mijn maat was. Maar goed ik wilde haar niet teleur stellen. Maar mijn onderarmen bleven halverwege de veel te strakke mouwen steken. Van achter haar vettige oude brillenglazen keek tante Dina mij aan, en zei met haar wat hoge stem ‘Oohhh hij past echt niet he, jammer het zijn nog zulke mooie jassen’. In stilte was ik blij dat het fossiele kledingstuk niet mijn maat was. ‘Tante Dina, wat is dat voor een zak’ vroeg ik haar wijzend op een van grote lappen stof aan elkaar genaaide mensgrote zak. ‘Oohhh ja’ antwoorde zij met een giebelend lachje ‘Daar kruip ik wel eens in, voor de kou he, en dan zit ik wat te rommelen in de spullen, hi hi’. Tante Dina was een erg zuinige, maar beslist geen gierige vrouw, het was een goed en lief mens. Ik heb ergens in de 90er jaren haar oude foto’s mogen scannen. Er zaten mooie oude plaatjes tussen. Niet van alle foto’s wist zij meer wie wie was, maar nog heel veel wel. Op bijgaande foto staat als ik het goed heb, haar man ( Ome Henk Wouters ) zijn vader, ergens in het veld bij Maartensdijk of Lage Vuursche. Het is geen mooie of scherpe foto. Maar het mannetje, trots op zijn geit, is toch prachtig om te zien. De mensen waren vroeger, zo zei mijn moeder, niet rijk, maar tevredener, gelukkig en gelovig, en leefden veel meer met de natuur dan tegenwoordig, ondanks soms de armoede waarin zij leefden. Zo vervolgde moeder ‘Als je vroeger werk, en te eten had, en een dak boven je hoofd was je tevreden’. Tegenwoordig leven vele van ons ten opzichte van vroeger in ongekende, maar vaak ook ongewaardeerde rijkdom. O wee als de tijden minder worden, dan zullen velen het best moeilijk krijgen en terug denken aan betere tijden. Het is best wel eens goed om daar stil bij te staan. De foto is uit omstreeks 1910.

Xenna en haar spin. ‘Opa spin is lief’ zegt zij. Wo. 9 Okt 2019.

Xenna en de grote vis in Almere Jungle. 6 Maart 2019.

‘Dag kip’ zegt mijn kleinkind Xenna. 8 Mei 2019 in Almere Jungle.

Mijn kleinkind Enzo is gek op Kylo Ren. Hij heeft een mooi Kylo Renpak gekregen. Woensdag 5 Feb, 2020.

Enzo maakt mooie sprongen.

Met mijn kleinkind Enzo van een zandberg gesprongen. Hoe ouder hoe gekker zullen wij maar zeggen, maar waarom niet. Het was een leuke middag. De kleinkinderen Enzo en Xenna hebben een leuke middag gehad. De foto is gemaakt mijn vrouw Lenie. Zaterdagmiddag 9 Mei 2020 Nobelhorst in Almere.

Op 2 Oktober 2019 ben ik met Xenna, mijn kleinkind een stuk gaan fietsen. Xenna heeft een door mijn moeder gebreide das om. En natuurlijk moet Muis, toen haar grote knuffel mee. Het was een leuke fietstocht.

Moeder ( Jo Marchal – Nokkert ) met haar breiwerk. 5 Juni 2013. Singel 27 in Wijk bij Duurstede. Zij heeft voor mij een goede 40 paar geitenharensokken gebreid. Ik loop er zomer en winter in. En nooit last van zweetvoeten of iets dergelijks. Ik kan denk ik de rest van mijn leven wel vooruit met haar sokken. Op de foto is moeder dassen aan het breien voor de medemens die het allemaal een stuk minder in het leven hebben. Ook mijn lief kleinkind Xenna, van drieënhalf loopt op koude dagen met een door moeder gebreide das om, leuk he.

Vader ( Wout Marchal ) in 1989 met een leplammetje in de boomgaard naast mijn ouderlijke woning ( Sluis Zuid 6 in Wijk bij Duurstede ).

Vader ( Wout Marchal ) geeft het zwarte schaapje, een leplam te drinken. Toen het groot geworden was en vader in de boomgaard aan het werk was, liep het zwarte schaap altijd naar vader, blaatte wat en als vader haar dan even had geaaid was het goed en ging het weer grazen in de boomgaard. Het zwarte schaap ( ooi ) heeft zelf later nog twee lammeren gekregen. Foto uit omstreeks 1991.

Een leplam ( Het zwarte schaapje ) volgde vader overal. Omstreeks 1991.

Vader Wout Marchal bezig met het maken van een nieuwe heining tussen de Lekdijk-West en Sluis Zuid in Wijk bij Duurstede, voorjaar 1991.

Vader Wout Marchal ( rechts ) en buurman Van Raaij zijn in het voorjaar van 1991 een heining aan het maken. Sluis zuid in Wijk bij Duurstede.

Dombo onze lieve poes, 1994.

O.a. deze prachtige plaat hebben mijn ouders in 1945 voor hun trouwen gekregen van landbouwer Job Boshuis uit Groenekan.