Category: Overig Nederland Page 1 of 2

Woensdag 18 november 2020 moest Lenie ter controle bij de Bergman kliniek in Amersfoort terug komen om haar een week eerder aan staar geopereerd rechteroog te laten controleren. Gelukkig zag het er allemaal voorlopig goed uit. Misschien t.z.t. een nabehandeling met een laser voor nastaar. Zij kon nog 15 tot 20% zien met haar rechteroog en het zicht was nu afgelopen woensdag een week na de operatie al verbeterd naar 90%. Zij zag als vanzelf sprekend wel op tegen de operatie. Op de dag van de operatie kreeg zij o.a. pijnstillende druppels in haar oog. Toen deze voldoende waren ingewerkt werd Leentje op de operatietafel als bij een echte operatie geheel ingepakt en een heel felle lamp scheen op haar te opereren oog. Zoals Leentje later aangaf voelde zij geen pijn, wel dat er van allerlei handelingen die met haar oog gedaan werden, soms zag zij in het intens felle licht de arts met puntscherpe voorwerpen op haar oog afkomen. Er werden twee kleine sneetjes in haar oogbol gemaakt en de oude staarlens werd er vervolgens eruit gezogen. Een kunstmatig vervaardigde nieuwe lens werd dubbelgeklapt via één van de kleine sneetjes weer in het oog op de goede plaats geschoven. Een week lang heeft zij ‘s nachts een oogkapje op moeten houden ter voorkoming dat zij in haar slaap in haar oog zou wrijven. Wel moet zij een aantal weken afbouwend per dag een aantal malen met twee verschillende vloeistoffen druppelen. Maar het gaat gelukkig goed met haar oog en daar zijn wij dankbaar voor. Nu wij toch voor de 2e maal in Amersfoort waren had ik haar gevraagd of zij, als alles gegaan was met haar na de oogcontrole of wij even bij het kapelletje Isselt konden gaan kijken. Misschien hebben jullie nog nooit van Isselt gehoord, of kennen jullie het alléén als een bedrijventerrein in Amersfoort. Nou ik vroeger ook niet. Jaren geleden kwam ik een geschreven stukje over het kapelletje Isselt tegen in een oud gebonden tijdschrift ‘In weer en wind’ jaargang 1939, waarvan ik een aantal jaargangen op de kop had getikt en zorgvuldig in mijn boekenkast bewaar. Eén van de schrijvers van dit blad was mijn favoriete schrijvers van vroeger Jan P. Strijbos en Rinke Tolman. Prachtig zoals die mannen vroeger konden schrijven en wat een kennis van de natuur en hun omgeving. In jaargang 1939 heeft dhr. Johan Pouw een prachtig boeiend stukje geschreven hoe hij omstreeks 1938 de weg vragend bij T splitsingen van landwegen ten noordenwesten van Amersfoort, langs een boerderij met de toen al verdwenen boerderijnaam ‘De platluis’ een oude plaatselijke benaming die alléén bekend was bij een oude boerin, en een even verderop gelegen boerderij ‘De vurige wagen’ over stille door weilanden lopende landwegen naar het kapelletje Isselt fietste en er een mooie foto van heeft gemaakt. Ik heb jaren geleden en nu nog steeds genoten van het door Johan geschreven stukje, en vol bewondering naar de foto van het kapelletje en boerderijen gekeken. Via het tegen de kapel gebouwde boerderijtje mocht Johan van de vriendelijke bewoonster de fam. Van Dam van Isselt door de kleine boerderij via de ‘mooie kamer’ in de kapel kijken. In het getemperde licht kon hij de oude rouwborden ( geschilderde naam en wapenborden van overledenen ) en fraaie glas in loodramen bewonderen. In de winter, voorjaar en najaar zie je hier bijna niemand had de hier wonende boerin tegen Johan gezegd. Het kapelletje is omstreeks 1339 door Dirk Cosijn gebouwd, en tussen 1636 en 1649 was een herenhuis tegen de kapel gebouwd wat in 1784 weer word afgebroken. Tijdens de laatste restauratie in 1922 tot 1923 werd er een onder het koor in het kapelletje een grafkelder gevonden. De familie ‘Van Dam van Isselt woont al vanaf 1775 tot aan vandaag de dag in de kapel. Maar genoeg over de geschiedenis van het kapelletje. Ik ben het mooie verhaal van Johan Pouw uit het tijdschrift “In weer en Wind’ uit 1939 nooit vergeten, en ik heb het in afgelopen jaren een aantal keren gelezen en de bijbehorende zwart / wit foto’s bewonderd. Het kappelletje is gelukkig dank zij de “Stichting behoud kapel Isselt’ behouden gebleven. Want het is nu tegenwoordig geheel in een groot bedrijventerrein ingesloten. Triest, intriest vind ik dat. Natuurlijk ben ik blij dat het behouden is gebleven, maar…ja dat de wereld zo snel veranderd, en prachtige weilanden en boerderijen zomaar worden opgegeven voor de steeds sneller oprukkende bebouwing baart mij wel eens zorgen. Wat blijft er uiteindelijk over van ons eens zo mooie groene kikkerland. Ik benijd de jeugd van tegenwoordig niet. Samen met Leentje ben ik afgelopen woensdag eens via het oude nog resterende stukje landweg wederzijds ingesloten door bedrijven en onder hoge bomen naar het kapelletje gewandeld. Je kon het amper zien. Een heel kleine groene oase in een drukke bedrijvenwereld. Het klokje met zijn windvaan was tussen het groen en takken met zijn laatste verkleurde bladeren van dit jaar nog net te zien. De stenen toegangspalen een houten hek dragend zijn wat verderop door de struiken nog net te zien. Maar het is hier verboden gebied. Het hele terrein om het kapelletje is afgesloten, maar wel bewoond. Nee op het terrein komen kan en mag niet. Zo goed mogelijk door braamstruiken en brandnetels stappend heb maar wat foto’s gemaakt. Bijna ging ik er onder uit tussen de stekelige braamstruiken. Wat had ik graag even op het terrein rondom en in het kapelletje willen kijken. Maar er was niemand te zien. Mijn iets oudere nicht Ria van Binsbergen Nokkert zo vertelde zij mij door de telefoon ging als meisje omstreeks 1950 met haar vader, mijn ome Gerrit Nokkert, die met zijn gezin in Amersfoort in het Soesterkwartier woonden als ik mij niet vergis, op de fiets met Ria achterop langs het kapelletje Isselt naar zijn moestuin welke aan het riviertje ‘De Eem’ gelegen was. Eindelijk ben ik nu bij ‘mijn’ kapelletje Isselt gaan kijken, Ja een beetje teleurgesteld was ik wel, en ook een beetje triest gevoel bekroop mij dat zoveel mooie weilanden verloren gaan aan de steeds meer als een schimmel oprukkende bebouwing. Ik ben echt een ouwe zak aan het worden, met een steeds grotere hang naar vroeger. Niet dat toen alles veel beter was, beslist niet, maar wel met meer natuur, bloemen en bijen etc. Op weg naar de wat verderop geparkeerde auto kwamen wij nog langs een overdadig in kerstsfeer ingerichte achtertuin, waarvan ik wat foto’s mocht maken. Maar laten wij iedereen maar in zijn waarde laten. Leven en laten leven zullen wij maar zeggen. Sommige mensen brengen gelukkig wel kleur in het leven. De één is tevreden met een klein kerststukje met een licht brengend flakkerend kaarsje, en voor de ander kan de tuin niet groot genoeg zijn om zo vol mogelijk te proppen met slingers, rendieren, sinterklaaspoppen, kerstmannen, kerstbomen en sneeuwpoppen en weet ik veel wat nog meer. Met een bedenkelijk rokerskuchje en smeulende sigaret vertelde de vrouw met hoog opgestoken geblondeerd haar dat zij veel, heel veel werk heeft gehad om alle spullen en poppen uit het schuurtje te halen en in de tuin te plaatsen. Een stukje sigaretsliertje wat op haar onderlip blijft hangen wordt gedachteloos met gouden armbanden behangen arm en goud geringde vingers aan haar tijgervelshirt afgeveegd. Ik bedank haar, terwijl zij op haar lichtpaarse tijgervelsloffen weer de met glimmend marmerstenen betegelde tuin inloop, dat ik wat foto’s mocht maken van haar tuin. Vriendelijk wenst zij ons eveneens een goede dag. Het is gewoon een aardige vrouw die geniet en trost is op haar tuin, en gelijk heeft zij.

Even een klein verhaaltje tussendoor. Tijdens mijn fietstochten fietste ik wel eens door Naarden-Vesting richting het Naardermeer en omgeving. Een mooie omgeving en een mooi oud vestingstadje, en zeker het bezoeken waard als je hier eens in de buurt mocht zijn. Op de fiets zwalkte ik een beetje door wat straatjes van de oude stad. Hé, in de Kloosterstraat zag ik een tweedehandsboekenzaak. Mijn hart als boekenworm begon sneller te kloppen, en ik dacht’ daar ga ik niet zomaar aan voorbij, even binnen kijken’ ondanks dat mijn boekenkamer uitpuil van de boeken, maar ja…., een boekenjunk hé. Van dat gevoel kom je nooit meer vanaf, als je dat al zou willen. Maar goed. In de etalage lag een variatie van diverse soms door de zonlicht kromgetrokken boeken. Ik stapte het aan de linkerzijde van de etalage gelegen toegangsdeur naar binnen. Een belletje rinkelde schel met een rammelende valse nagalm. In het kleine halletje net achter de deur, die nog maar gedeeltelijk open kon lagen stapels boeken en andere spullen. Rechts was de ingang naar de eigenlijke boekhandel van Hendrik Poolman de eigenaar van het antiquariaat / boekhandel. Ik zag niemand alléén een poes die zich op met moment dat ik binnenkwam in mijn ogen met een gevaarlijke kromming in zijn rug uitrekte en langdurig gaapte. Het ging goed met de kattenrug en het dier ging zitten op de stapel boeken en sloeg zijn staart voor zijn voorpoten miauwde en staarde mij afwachtend aan. Er gebeurde verder niets, en ik dacht ik wacht wel tot er iemand komt. Maar na een kleine minuut hoorde ik in de rechterhoek wat gekuch achter een geknikte hoge boekenkast die het zicht van hetgeen daarachter was belemmerde. ‘Jaaaa … kom maar even hier naar toe’ riep een door jarenlang roken krassende stem. Achter de hoge boekenkast zat een man met van boven opengeslagen overhemd. Op zijn enigszins schuinstaande neus waren een paar lange littekens te zien. Zijn hoofdharen waren naar achter gekamd of met de hand in een zo goed mogelijk model geschoven, en een donker half grijs baardje sierde zijn kin. In zijn rechterhand hield hij een zelf gedraaid half vochtig peukje waaruit traag een grijs rooksliertje naar boven kronkelde. Ik gaf aan dat ik graag in de stapels boeken wilde kijken. Voor de man kon antwoorden kreeg hij een stevige hoestbui die ik al staand tussen de stapels boeken maar afwachtte. ‘Ja ik moet eigenlijk stoppen met dat roken, het is niet goed voor mij, zeker tussen al die stoffige boeken, maar ja een mens wil wat’ zei Hendrik een trekje van zijn laatste peukrestje nemend. De uit zijn slapie ontwaakte poes was via de opgestapelde boeken mijn richting uit gekomen en probeerde door mijn onderarm kopjes te geven mijn aandacht te trekken. Ik ben die middag een uur of zo gaan snuffelen in de stapels boeken. In de loop der jaren als ik hier in de buurt was, alléén of met Leentje gingen wij vaak even bij Hendrik kijken. Soms zei hij lange tijden niets, maar hij kon ook een heel gezellige prater zijn, met belangstelling voor velerlei dingen. Wat een mooie boeken heb ik bij hem gekocht, bijna altijd voor verhoudingsgewijs weinig geld. Mooie oude boeken uit omstreeks 1880 “Van de aarde en haar volkeren waarin geweldig mooie gravures staan, en o.a. diverse Verkadealbums en oude aanzichtkaarten heb ik bij Hendrik gekocht’ Toen ik Hendrik al een jaar of 10 kende en ik weer eens tijdens een mooie zonnige dag tijdens het fietsen even bij hem langs ging, en niet langer gezien het mooie weer dan tien minuten wilde gaan kijken tussen zijn boeken, zij hij na vijf minuten nadat ik binnen was gekomen. ‘Gerrit hoe lang blijf je denk je, ongeveer anderhalf uur ?, want dan ga ik even boven slapen en dan zie ik je straks wel weer als ik wakker word’. ‘En mocht er een klant komen leg het geld hier maar op tafel’. Mooi hé dat vertrouwen. Maar ik moest Hendrik teleur stellen, en liet hem weten gezien het mooie weer dat ik verder wilde fietsen.’ Is goed hoor’ zei hij voorover gebogen kuchend’ Ik doe de winkel wel dicht, je gaat toch zo hé’ ? zich in de ogen wrijvend van de slaap of rook van zijn sigaret. Later hoorde ik dat Hendrik enige maanden later was overleden, zijn vrouw belde mij of ik zij de door mij gemaakte foto van Hendrik mocht gebruiken voor een artikel in een plaatselijke krant en voor het overlijdensbericht. Natuurlijk gaf ik haar mijn toestemming. Als ik nu weer eens door Naarden fiets kijk in nog even bij de voormalige winkel van Hendrik, Het is nu een woonhuis geworden. Maar Hendrik en zijn prachtige oude boekenwinkel zijn voorgoed uit de tijd, en eigenlijk als in in Naarden ben mis ik hem wel, omdat ik niet even meer bij hem naar binnen kan wippen, een babbeltje maken en tussen de hoog schuin soms stoffige opgestapelde boeken kan snuffelen.

Op een van mijn fietstochten in 1992 vanuit Almere naar mijn ouders in Wijk bij Duurstede was ik een stuk omgefietst richting Renswoude en Ederveen. Vanaf kasteel Renswoude via de Veenweg kwam ik op de Munnikeweg nabij Ederveen. Hier is de grens tussen de provincies Utrecht en Gelderland. De weg zelf ligt in Utrecht de berm gezien vanaf Renswoude in Gelderland. Ik wilde hier weer eens gaan kijken. Omstreeks 1974 was ik met een landmeter Willem Groters van Ingenieursbureau van Steenis uit Utrecht, waar ik toen werkte, hier hoogtemetingen nabij ‘De Klomp ‘aan het doen. Ik vond het toen een mooi groenrijke omgeving, en altijd was ik van plan om hier weer eens te gaan kijken, vandaar. En ook wilde ik eens gaan struinen bij het hier in de buurt liggende fort Daatselaar. Maar daar is die dag niets van gekomen, maar pas jaren later tijdens een wandeling hebben Lenie en ik het fort opgezocht. Ik was afgetapt om mijn landkaart te bekijken, toen een man, die wat verder naar links in een weide stond naar mij keek. ‘Zoek je de weg, ben je niet van hier ? vroeg hij vriendelijk, terwijl een paard naast hem kwam staan en tegen de schouder van de man begon te schuren om aandacht te krijgen. Wij raakten in gesprek over dieren, de boerderij en het vee. ‘Kiek ik woon met mun twee broers daar op de boerderij, kom us an, ik verzamel oud boerenspul, kom maar us kieke’ was de vriendelijke uitnodiging van man, Arie van Wagensveld. Ik had een foto van hem met zijn paard gemaakt en beloofde hem, mocht ik ooit hier weer in de buurt komen de foto mee te nemen. Belofte maakt schuld. En omstreeks 2005 was ik hier weer in de buurt en ging natuurlijk de beloofde foto bij Arie afgeven. Hij was er toen heel blij mee en zei tegen mij ‘Jong oe ben altied welkom’. Ik had die dag nog wat meer foto’s gemaakt van o.a. zijn wat stille broer Job op zijn oude fiets achter de boerderij, met de naam ‘De Nap’. Zijn andere broer Evert was niet op de boerderij, en ergens aan het werk. Zo af en toe belde ik de broers wel eens hoe het met ze ging, en bij een van de telefoongesprekken zei Arie dat zijn broer Job toch vrij plotseling was overleden. ‘Wie zunt nu nog maar met zu’n tweetjes’ zei Arie met een trieste stem. Ik beloofde Arie de foto van Job op zijn fiets, voor hem af te drukken en langs te komen brengen. Toen ik tijdens een fietstocht op 8 juli 2013 met Lenie vanuit Rhenen langs de Grift hier naartoe was gefietst, was er niemand op het erf te zien. Een bruine hond lag te slapen op het erf aan de achterzijde van de boerderij. Hij stond traag kwispelend op en kwam naar ons toe. Een kleinere hond, die wat verderop stond bleef op zijn plaats en keek alleen maar naar ons. De deeldeur van de boerderij staat half open, en Leentje en ik liepen naar binnen. Het deel stond tot onze verbazing vol met allerlei spullen. Kleine boerenwagens, weegschalen, stoelen, een houten kar vol houtblokken, en ijzeren wagenwielen, en bijenkorven, etc. Aan de balken hangen in plastic zakken bonen en kruiden te drogen. Aan de houten wand hingen platen van Anton Pieck, en levenswijsheidteksten. Eigenlijk was alle beschikbare ruimte gebruikt, door boerengereedschap, potten en emmers etc. Wij horen stemmen en zachte kerkmuziek, en ik riep ‘Hallo’. Maar geen reactie. Nog een keer wat harder ‘hallo’ geroepen. Plots verstillen de stemmen, en horen wij alleen de kerkmuziek. ‘Kom binnen’ wordt er geroepen. Arie zit in zijn stoel, en een voor ons onbekende man staat, met aan de voorkant omgedraaide broeksriem, en zijn handen op zijn rug in de kleine boerderijkamer. Hij blijkt later een vrachtwagenchauffeur uit Barneveld te zijn. Arie zegt tegen mij ‘Je mot deurlope as je hier kom, lop voortaan maar gewoon naar binnen, ok al is hier geen mins, je ben hier toch al us vaker gewies, of nie dan, ha ha haa’ zegt de vrolijke Arie. ‘Zal ik doen’ zeg ik tegen hem, dankbaar voor het vertrouwen, dat ik of wij gewoon de boerderij in kunnen ook al is er niemand, de deur is altijd open. ‘Ga zitten, willen jullie koffie? Ik laat Arie de meegebrachte foto van zijn overleden broer Job zien. Hij wordt even stil bij het bekijken van de foto, en kijkt ontroerd naar zijn overleden broer. Met dankbare ogen kijkt hij ons aan ‘Ja wie zunt nu nog maar met zu’n tweetjes, ja hij was de jongste’. Ook de vrachtwagenchauffeur bekijkt de foto, en Leentje en ik krijgen koffie. Het door ons onderbroken gesprek wordt voortgezet. ‘Ja’ zegt de staande man ‘Ik ben al jaren vrachtwagenchauffeur, en vurige week net 69 geworden, maar ik zal je zegge ik had vreuger een soort eczeem of zoiets zei ik net tegen Arie. Da kwam van dat zeil van de zitting van de wagen, tjonge jonge da werd heet… heet, wel 60 of 70 graden in de zon. Mijn hele huid zat onder, en op een gegeven moment van mien vrouw ok. Het was een vieze ziekte, je hele kont brande door’. Ik zee tegen de dokter, he je er wat veur? Toen zei die dokter uit Lunteren, ‘Jong wit jij wat je moet doen, naar huis en alles uit doen, gewoon in je nakie lopen’. ‘Ik zal je zeggen’ zei de chauffeur’ De gordijnen gingen dicht, mijn vrouw en ik hebbe allus ut gedaan, en wij hebbe spiernaakt drie of vier dagen in huis gelopen, en wat doch ie, allus verdween, nooit gene las meer van gehad, tot op de dag van vandaag nie, en ‘t mooie is, hut het me niks gekocht. Ja das was eene goeie dokter, die he je tegenwuurdig nie meer, ja ik ben blie dak er vanaf ben’. Zijn krachtige stem vult de kleine boerenkamer, terwijl Lenie en ik onze koffie opdrinken. Even later verdwijnt de chauffeur en moet verderop nog wat doen. Arie laat ons de hele boerderij zien. De kamers en de zolder waar hij met zijn broer slaapt. ‘Kiek, hier slapen wij, nee hoor maak maar gerust foto’s, ga je gang maar, maak niks uut, Ik zal je zo het vee nog even laten zien, en kom nog maar us effe kieke naar mun verzameling boerenspullen. ‘He je da jong nog gezien hier op ut erf ?’ vraagt Arie. Maar wij hadden behalve de honden geen jongen gezien. Maar even later zien wij hem buiten. Het is een neefje van Arie, rijdend in zijn taptrekker met een jonge hond in zijn aanhangwagen. ‘He jullie kinderen ? , Ik zal je zeggen da jong wat buiten lop, da’s een neefje van mie, een best jong, maar hij krieg een strenge opvoeding van zu’n moeder, mot ook psalmversies leren van zu’n moeder. Het is een mirakels best jong, niks dan achus en negeus en tienen op school. ‘Mien vader zeit altied, ‘Je kunt beter een ondeugend peerd hebben, dan een verwend jong’ ha haa haa, maar zo is net’. ‘Wij zunt vroegur nog us op de televisie gewies, ha ha haa’. Buiten gekomen neemt Arie ons mee naar de stallen en laat zijn koeien en varkens en kippen zien. De bruine naamloze hond volgt Arie trouw, en is een paar keer op zoek naar ratten. Tot slot neemt Arie ons mee naar een van de schuurtjes, die van beneden tot boven volgepakt is, met door de broers, maar vooral door Arie verzamelde spullen. Trots laat hij verzameling zien.’ O man ik veind het zo mooi he, da ouwe spul, wit jij wa dit is’? vraagt hij aan mij, een lange ijzeren stang in zijn handen houdend, ‘Nee he, das een thermometer voor de hooibroei, gekriege van een man ut ‘t Veen’, waarmee hij Veenendaal bedoeld. Leentje en ik hebben genoten. Aan het eind van de middag fietsen wij weer naar Rhenen terug. Wij hebben een prachtige dag gehad. In later jaren heb ik Evert nog eens gebeld en opgezocht, nadat hij mij vertelde dat Arie was overleden. Het werd stil aan de andere kant van de lijn. ‘Arie is overleden aan een hartaanval, en Job, ja die had kanker, die had toen gezeit ‘Ik he niet lang meer te leve’. ‘Er is er nu nog maar untje van de drie broers over’ zegt Evert met een trieste klank in zijn stem. Evert klinkt mat en is aangeslagen, en er valt een stilte in ons gesprek door de telefoon. Vrij snel ben ik bij Evert langsgegaan, en liet hij mij foto’s zien van zijn ouders en grootouders, en Aaltje, een tante van vroeger, geboren op 8 juni 1869, met ‘voorkind’ wat niet op de foto staat. Een voorkind was, zo noemde ze dat in vroeger jaren, als je voor je huwelijk in verwachting raakte en een kind kreeg. Buiten heb ik nog een foto van Evert met twee vrienden gemaakt die hem geregeld komen opzoeken, om te kijken of het goed met hem gaat. Bij een van de vrienden hangt een jachtgeweer voor in zijn Jeep. Alle drie de broers zijn inmiddels overleden. De vader van de broers heeft in het verleden nog aantekeningen gemaakt van de familie. Trots laat Evert het aan mij zien. Maar wij bewaren onze ontmoetingen, met deze drie vriendelijke boerenbroeders, als dierbare herinneringen in ons hart. Voor familieleden die graag de door mij gemaakte foto’s wil hebben, stuur mij even een mailtje, naar: helenah51@hotmail.com, of bel mij even 06 23431253. Hartelijke groeten, Gerrit Marchal.

Misschien kennen jullie hem nog wel. Een prachtige kerel was Dirk van Noort uit Elst nabij Amerongen. Dirk, geboren in Ommeren in 1898, woonde op zijn grote boerderij ‘De Opslag’ aan de oever van de Rijn. Eind 80er en begin 90er jaren fietste ik alleen, en soms met Lenie als wij daar in de buurt waren wel eens naar hem toe. Zijn broer was jaren geleden al overleden. In het deel van de boerderij stond veel boerengereedschap, maar vooral visserspullen, oude bijenkorven, ijzeren kooien, etc. opgeslagen en kris, kras door elkaar. Het jaartal 1898 was ingebrand aan de zijkant van een houten kist. O ja Dirk is omstreeks 1969 dacht ik nog eens bij het programma ‘Showroom’ op de TV geweest. Hij geloofde niet dar de mensen op de maan waren geweest, en ach zoals hij het mij uitlegde, ja daar zat wel wat in. ‘Ze hebben gewoon mannetjes in pakken op een grote barg zand gefilmd, we worden allemaal bedrogen, ze kunnen alles wel filmen, en de mense geleuve het wel’ zo vertelde hij omstreeks 1988 aan mij. Als ik bij hem langs ging nam ik altijd een pak pruimtabak voor hem mee, waar hij blij mee was. Dirk was niet zo groot. Als ik toen wel eens met hem buiten achter de boerderij liep en hij dingen al pruimend vertelde, moest je goed oppassen dat hij zijdelings zijn pruimtabakssapstraal niet tegen je broekspijpen spoog. Zijn kin zat vaak vol opgedroogd pruimtabakssap, kijk maar eens naar de foto die ik van hem heb gemaakt. Naast zijn bed stonden aan beide zijden aan het hoofdeind twee jachtgeweren. ‘Als er ‘s nachts vreemden kome, zak ze verolme’ ,waarmee hij bedoelde vol gaten schieten. Soms kon hij ook een poosje niets tegen je praten, en leek hij verzonken in gedachten van vroeger dagen. Terwijl wij samen achter zijn boerderij over de rivier de Rijn kijken, en naar het aan de overzijde gelegen Gelderland, vraagt hij plotseling aan mij ‘Wit jij waar alle vlinders zijn gebleve, vroeger waren er honderden hier aan de rivier, ik snap er niks van, jij wel ? “Kijk hier met deze boot ging ik vroeger vissen op de Rijn, ja jochie toen zat hier nog vis…, In vroeger dagen is Dirk nog een verwoed imker geweest, en was bijna altijd aanwezig op bekende bijenmarkten in de omgeving, zoals in Veenendaal. Dirk had ook een aantal middeltjes voor diverse kwalen, zoals bij een vlooiebeet moest je de huid insmeren met vochtige pruimtabak. Bij de hik je neus kietelen met een ganzenveer. En een van de mooiste middeltjes vond ik wel, dat je bij keelpijn een vochtige opgerolde doek, of beter in een ongewassen sok, met daarin regenwormen om je hals moest binden. Een prachtig mannetje vond ik Dirk, ik mocht hem wel. Poe ..poe er zat nog wel pit in dat ouwe baasje. Ik ben blij met zijn bibberende hand geschreven naam ( 1989 ) in een van mijn boeken. Dit boek bewaar ik, met mijn gemaakte foto’s van hem als een dierbare herinnering aan Dirk.

De kleine Whisky komt goed voor zichzelf op. De grote goedaardige Smiley heeft het best wel te verduren met hem. De kleine Whisky is lekker aan het eten. Ik heb een stuk of tien keer een hand vol gras voor ze geplukt. Iedere dag worden zij goed bijgevoerd, hoorde ik van de buurman die naast de dieren woont. ‘Ach ik gooi iedere dag die zwarte bak vol gras, en zij krijgen iedere dag een baal hooi van de eigenaresse die hier een stukje verderop woont’ zei hij, met een peukje in zijn mond.Vrijdagmiddag 8 Mei 2020.

‘Kijk deze foto kom in jou schuurtje te hangen, kan je er alvast aan wennen’.

Langs de Keverdijk in de Keverdijkse Polder. Na een paar foto’s te hebben gemaakt van haar man met de ezel aaide zij voorzichtig het schaap. ‘Wel oppassen hoor hij geeft wel eens kopstoten’ zei de vriendelijke man zorgzaam tegen zijn vrouw.

Even tussendoor hoor. Vandaag is het donderdag 7 Mei 2020. Tijdens een ongeveer 55 km lange fietstocht zagen wij in de Keverdijkse Polder ( Tussen Weesp en Muiderberg ) langs de Keverdijk deze vriendelijke heer met zijn vrouw. Zij was van haar man en de ezel foto’s aan het maken. Voor hun ezeltje hadden zij een ezelfoto gekregen, om deze bij de ezel in zijn schuurtje te hangen. De man wilde zijn ezel even laten wennen aan de foto. Geweldig toch zo’n ontmoeting tijdens een fietstocht. Ik heb de vriendelijke mensen beloofd van leuke, van hen en de ezel gemaakte foto’s, toe te sturen, en tevens aan de man toestemming gevraagd om deze foto’s te mogen plaatsen op De Wijkse Zwerver.

De kleine Whisky is niet bang voor de grote Smiley.

Onafscheidelijk !

‘Was ik maar net zo groot als jij’. De kleine Whisky en de grote Smiley. Langs de Amsterdamsestraatweg nabij Naarden-Vesting. Maandagmiddag 4 Mei 2020.

Prachtige bloembolvelden langs de Vogelweg in Zeewolde. Toen ik in Juni 1983 veranderde van werkgever ( Van Ingenieursbureau van Steenis in Utrecht naar Gemeente Almere, om daar op een Kartografische afdeling te gaan werken ), dacht ik “Wat moet ik eigenlijk doen in die kale stinkpolder’? Maar daar dacht ik snel anders over. Er was toentertijd ( omstreeks 1981 – 1983 ) een kleine recessie in Nederland, maar bij de Gemeente Almere was er voor jaren werk, en bovendien ging ik er toen 200 gulden per maand netto op vooruit. Dus ja, de keuze was eigenlijk niet zo moeilijk. Er zijn hier in Zuidelijk Flevoland prachtige grote bossen. Ja alles is wel vlak. Maar er is geweldig veel groen, kilometers lange fietspaden, mooie randmeren etc. Ja het bevalt mij hier wel. Maar altijd nog blijft mijn geboortesteek ( Wijk bij Duurstede ) mij trekken. Het oude land, zijn boerderijen, weiden met koeien, de over sloten gebogen oude knotwilgen, de rivier De Rijn en De Lek, de Bosscherwaarden waar ik vroeger al vanaf eind jaren 50, en nu nog regelmatig rondzwerf. Een stuk of vijftien / twintig keer per jaar ga ik een dagje zwerven, door de uiterwaarden en door het Krommerijngebied. Hebben jullie wel eens de wandeling gemaakt langs de Kromme Rijn van Utrecht naar Wijk ? Moet je eens doen. Prachtig ! Ik hoop hem weer aan het eind van de zomer weer eens te wandelen. Wie weet komen wij elkaar dan eens tegen. Zondagmiddag 19 April 2020.

Maandag 16 juli 2019 ben ik nog even in Utrecht bij mijn eerste werkgever gaan kijken. Hier op de Nieuwe gracht 5 bij Ingenieursbureau Van Steenis ben ik in augustus 1969 begonnen met werken. Jaren lang met plezier gewerkt met o.a. Cor Copier, Arie Bouw en de altijd vriendelijke Roy Kneefel.

De Hofpoort in Utrecht. Dit was de zijingang naar de achtertuin, houten noodgebouw en fietsenstalling van Ingenieursbureau Van Steenis. De vriendelijke bewoonster liet de achtertuin zien die nu vol staat met kleurrijke bloemen. Maandag 16 juli 2019.

Wolven proberen het vlees van de beer af te pakken. Do 20 juni 2019.

Bruintje Beer in het mooie Berenbos in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Do 20 juni 2019.

Wolven in het Berenbos.

Beren en hongerige wolven in het Berenbos.

Hoorn op Terschelling, Do 6 juni 2019.

Even vrienden. Terschelling, Vrij 7 juni 2019.

Rozewerf op het voormalige eiland Marken, Ma 27 mei 2019.

Een mooi oud vervallen schuurtje nabij Rozewerf op Marken, Ma 27 mei 2019.

De oude boerderijwerkbank, Maartensdijk, 16 juni 2012.

De vriendelijke Kees bij de ganzen, Maartensdijk, 24 juli 2012.

Rijswijk, Langs de Rijnbandijk, 21 feb. 1992.

De oude bakkerij en boerderij van Jaap de Bruijn in Rijswijk ( Gld ), 21 feb. 1992.

In de schuur van een oude boerderij, 30 nov 2018.

Bij Evert en zijn oude boerderij De Nap in Ederveen ( 2016 ).

Zonsondergang op Beukenburg in de Groenekan.

De Beukenburgerlaan in Groenekan, Wo 14 nov 2018.