Duiker bij de Genie. ( Deel 2 ) Diep duiken en Hyperventilatie. Op een goede dag zouden wij duikers van de Genie dieper gaan duiken. Wij hadden onze opleiding grotendeels volbracht, in het grote aquarium op het Genieterrein, in de haven langs de Maas bij Crevcour. Over de Maasboden tegen de waterstroom opkruipend en je op de plaats houdend door met je groot duikermes en handen om beurten in de zanderige Maasbodem te steken, om meesleuren met de stroom te voorkomen, was spannend maar goed gegaan. Wij hadden in een langs de Maas, nabij Kerkdriel gelegen zandafgravingen gedoken, tot een diepte van 8 of 10 meter. Wij vaarden met de ‘Kempenaar’ ons duikersschip van de Genie over de rivieren en kanalen naar het ‘Nieuwe meer’ in Amsterdam, om een aantal dagen daar in dieper water gaan duiken. De decompressietank voor het geval een duiker van grote diepte plotseling naar boven gehaald moest worden was in gereedheid gebracht. In mijn 83 kilo zware duikerspak liep ik de eerste duikdag, in de gaten gehouden, en zijdelings ondersteund door mijn duikermaten naar het metalen afdaaltrap. Onderaan deze trap aangekomen hield de duikerhelper, staand in het gangboord de lijnen, de luchttoevoer en seinlijn van het duikerspak strak en trokken je langs de zijkant van het schip naar het afdaaltouw. Dit afdaaltouw zat stevig aan een bolder op het schip vastgebonden met o.a. een mastworp en nog een verzegelde knoop. Onder aan het afdaaltouw is een afdaalgewicht van een goede 25 kilo gebonden en ligt op de bodem van, in dit geval het meer. Langzaam liet ik mij langs het afdaaltouw naar beneden zakken. De lichtgele omgeving ging geleidelijk maar vrij snel over in een steeds donkerder wordend geel om vervolgens in een blijvende totale duisternis over te gaan. Aardedonker was het om mij heen, mijn luchtbellenstroom ging constant borrelend richting de oppervlakte. Langzaam zakte ik verder naar beneden in een totale duisternis. De geleidelijk toenemende waterdruk voelde ik drukken tegen mijn gehele lichaam, behalve mijn bovenlichaam waarin ik de hoeveelheid lucht nauwkeurig in de gaten hield…niet te veel maar ook niet te weinig. Met door in mijn duikershelm aanwezige klep, die ik met mijn hoofd zijdelings kon indrukken kon ik de hoeveelheid lucht in mijn duikerspak regelen. Plots blijf ik hangen en liet de duikerhelper mij vanaf het dek niet verder meer zakken. Op 10 meter diepte zat ik dus. Mijn eerste stop waar ik een minuut of vijf op deze diepte moest verblijven om mijn lichaam en al mijn lichaamsholten aan de omgevingsdruk te laten wennen. Daar hing ik dan, mij met mijn handen aan het afdaaltouw vasthoudend. Via mijn manchetten voel ik water langzaam in piepkleine stroompjes naar binnen sijpelen, maar dat kon geen kwaad. Na enige minuten voel dat ik, na een kort rukje via de seinlijn dat ik weer langzaam verder naar beneden zakte, traag het touw in de holte van mijn vingers als een soort geleider gebruikend. Langzaam zakte ik verder naar beneden. ‘Hoe diep zou het hier zijn ? zouden er grote vissen in het meer zitten ? Geen idee had ik van beiden. De druk van het water nam langzaam toe, dikke duikerspakplooien drukten tegen mijn benen en armen. Plots blijf ik weer hangen, en moet mijn 2e stop maken. 20 meter diep was ik nu. Het water om mij heen was kil en de waterdruk werd steeds hoger. Mijn luchtbel rondom mijn bovenlichaam hield ik steeds zorgvuldig ook tijdens het afdalen in de gaten. Regelmatig tijdens het afdalen ‘Klaar’ ik mijn oren zodat de druk in mijn hoofdholten dezelfde blijven als mijn omgevingsdruk in het meer, dit om pijnlijke of gescheurde trommelvliezen te voorkomen. Ook mijn bloed met daarin kleine gasbelletjes moeten tijdens deze nodige ‘stops’ zich reguleren. Toch weer onverwachts, na het bekende rukje van de duikerhelper op het dek, zakte ik verder naar beneden ‘Hoever zal het nog naar de bodem zijn ?’ Al weet ik dat ik de bodem van het meer ieder ogenblik kon voelen, kwam ik toch onverwacht het moment van aanraking. Een vreemd en wat spannend moment te beseffen dat je op de bodem meer staat met het duikersschip ver boven je. Met mijn ene duikerschoen bleef ik wat schuin staan op het in de modder weggezakt afdaalgewicht en mijn ander been voelde ik alleen maar zachte bodenmodder. Ik gaf een ruk aan de seinlijn naar de verre oppervlakte die direct met een gelijksoortige ruk beantwoord word. De duikerhelper aan dek, 27 meter boven mij, zo hoorde ik later van hem weet dat ik op de bodem ben aangekomen. Ik kreeg nu een goede vijf minuten om te acclimatiseren en alles in orde te brengen, om o.a. mijn looplijn op te zoeken die eveneens aan een ring aan het afdaalgewicht is vastgebonden. Na een paar minuten trok ik mij met mijn handen langs het afdaaltouw tot het afdaalgewicht naar beneden om de looplijn te pakken. Goed bukken en hurken in een duikerspak op deze diepte is bijna onmogelijk. Maar ik kreeg de looplijn te pakken. Deze looplijn is een ongeveer 8 of 10 meter lang touw waarmee je als enige oriëntatie en houvast over de bodem kon lopen wilde je ooit weer in volkomen duisternis bij je afdaalgewicht terug willen komen. De waterdruk drukt in het begin onwennig op mijn benen en armen en op een onprettige manier in mijn kruis. Maar mijn jongeheer was waarschijnlijk door het koude water rondom mij gekrompen tot een harmonicamodel, misschien wel Guinness book of Records waardig, zo klein was het mormeltje geworden denk ik te voelen. Maar goed hij zal boven water gekomen wel weer de normale vorm aannemen hoop ik. Nog steeds sijpelde water via mijn manchetten mijn mouwen in. Een kil waterstroompje die gelukkig door mijn lichaamswarmte in het duikerspak weer snel op temperatuur kwam. Ik kreeg van boven het sein, een ruk en nog een ruk, om naar achteren te lopen. Met mijn voeten, en door het duikerspak en hoge waterdruk rondom beknelde benen probeerde ik zo goed mogelijk op naar voren te lopen. Maar iedere keer zakten ze weg in de decimeters dikke modderlaag. Maar ik vorderde, traag maar gestaag. Plots ondanks de waterdruk kreeg ik het gevoel dat mijn rechterbeen door iets omklemd werd. Ik zat muurvast ! Even sloeg de schrik om mijn hart. Rustig blijven…. nadenken… wat moet ik doen ? Een paar extra zweetdruppels gleden langs mijn gezicht naar beneden en prikkelen in mijn ogen. Wrijven kon natuurlijk niet, dan maar een paar keer goed je ogen dicht en open knijpen. Mijn hart bonkte in mijn borstkas. Zo goed mogelijk probeerde ik te bukken en te voelen wat de oorzaak was. Een gedeelte van het 10 meter lange looplijn bleek vast aan mijn been te zitten. Langzaam ging ik de paar afgelegde meter terug naar mijn afdaalgewicht. Door mij iets langs het afdaaltouw naar boven op te trekken schudde ik in het duister het touw van mijn rechterbeen, en rolde ik het, weer op de bodem aangekomen de hele looplijn zo goed mogelijk op, mijn afdaaltouw aan de binnenzijde van mijn ene ellenboog omvattend. Poe dat was een opluchting. Vastzitten op zo’n diepte is geen pretje. Eigenlijk had ik achteraf bekeken voor ik ging lopen beter eerst de gehele looplijn naar mij toe kunnen halen en niet voor een groot gedeelte. Maar goed daar zijn deze oefeningen voor, en aldoende leert men. Niet in paniek raken, nadenken, een oplossing bedenken is het eerste wat een duiker moet doen als er iets onverwachts gebeurt. Uiteindelijk was ik eerst door de modder, maar wat verderop was de bodem gelukkig wat steviger tot aan het einde van mijn looplijn gelopen. Wel lag op de bodem veel brokken steen met uitstekende ijzeren staven op de bodem. Gestort bouwafval hoorde ik later die dag. Aan het einde van mijn looplijn bij de dikke knoop begon ik in een cirkelwandeling over de bodem te lopen. Tot ik na enige tijd merk dat mijn looplijn en cirkel veel korter was geworden. In het duister volgde ik de looplijn terug. Achter een hoog dik stuk betonijzer van het hier waarschijnlijk gestort bouwafval is mijn looplijn blijven hangen. Poe ..was even schrikken en nu ik voel wat de oorzaak was een opluchting voor mij. Op de tast mijn looplijn volgend kwam ik uiteindelijk weer bij mijn afdaal gewicht terug. Idee van van tijd heb je in het volslagen duister niet meer. Ben ik op een onbekende planeet ? vroeg ik mij wel eens af. Zou een ruimtereiziger zich ook zo voelen ?, Op deze diepte in volledige duisternis waarin ik alleen mijn eigen ademhaling hoor, en een constant borrelende luchtbellenstroom naar de verre oppervlakte schoot dat wel eens door mij heen. Bij mijn afdaal gewicht aangekomen gaf ik een stevige ruk aan mijn seinlijn die direct weer door de duikerhelper beantwoord werd. Hij weet dat ik bij mijn afdaalgewicht terug ben. Vrij snel daarna kreeg ik weer via de seinlijn het sein op langzaam met behulp van de duikerhelper naar boven te stijgen. Deze duikerhelpers, onze maten zijn heel belangrijk en staan zolang jij onder water ben, zomer en winter, in weer en geen weer, in het gangboord jouw lucht- en seinlijnen goed in de gaten houdend. Ik moest en kon voor 100% op deze jongens vertrouwen, en dat deed ik ook, en in geval van nood trokken ze je snel mogelijk naar de oppervlakte. Langzaam hand overhand mij zelf naar boven trekkend, maar meer getrokken door de duikerhelper steeg ik naar de ver boven mij zijnde oppervlakte. Onverwachts blijf ik hangen. Mijn eerste stop, die was heel belangrijk om de gevreesde caissonziekte te voorkomen. Daar hing ik zwevend tussen de bodem van het meer en het ver boven mij drijvend schip. Wederom, maar eigenlijk constant hield ik goed mijn luchtbel in mijn duikerpak in de gaten. Het moest niet gebeuren, zoals ik had gehoord van de oude duikershelpers van lichtingen voor mij dat zoals bij één van de kaderleden, en dat zijn toch echt ervaren duikjongens die tijdens een duikoefening in Zeeland op een diepte van een dikke 20 meter zijn lucht in zijn duikerspak net even niet goed geregeld had hij als een raket naar boven kwam stijgen, en zoals de duikershelpers zeiden de duiker als een walvis boven de oppervlakte stuiterde. Met spoed was deze duiker toen in de altijd klaar staande decompressie tankt gelegd met gescheurde bloedende trommelvliezen tot gevolg. Het met gehaaste spoed plaatsen van een te snel opgestegen duiker in de decompressietank moet voorkomen dat een duiker last krijgt van de gevreesde caissonziekte waardoor door plotselinge drukverschillen in het bloed ontstane luchtbellen een blijvende schade achterlaten in het lichaam waar je de rest van je leven last van kunt hebben. Met een zachte ruk wordt ik uit mijn gedachten gewekt en steeg ik traag naar boven tot de 10 meter hoger stop, waar ik eveneens een goede vijf minuten bleef zweven. De waterdruk is geleidelijk afgenomen. Uiteindelijk na het opstijgen na de 2e stop wordt het water donkergeel overgaand in een steeds lichter geel en komt mijn duikershelm boven de klotsende waterspiegel. Ik had het beneden op de bodem koud gekregen en kan amper mijn vingers en benen nog bewegen. De overgang vanuit het water de trap op met een 83 kilo zwaar standaardduikerspak is en blijft even wennen. Geholpen en ondersteund door duikerhelpers nam ik plaats op een stevig houten bankje waarna de seinlijn en dikke luchtslang worden ontkoppeld, en vervolgens voorzichtig de metalen duikershel van je hoofd word gedraaid. Heerlijk fris was de buitenlucht. Ik was trots op mijzelf dat mijn diepe duik gelukt is. Meer dan een uur was ik onder water geweest. maar nogmaals beneden op de bodem van het Nieuwe Meer in volkomen duisternis ben je het tijdsbesef zo kwijt. Ik denk dat ik zo maar stop met mijn verhaal er is nog zoveel meer te vertellen. Maar het zo wel genoeg. Nou ja…O ja hoe kan ik het vergeten de laatste gebeurtenis dan. Aan ons duikers werd via het kader gevraagd of wij aan een oudheidkundig onderzoek mee wilden doen door in de kasteelgracht van kasteel Helmond op zoek te gaan, naar in de loop der tijd in het water gevallen voorwerpen. Zo wist men ons te vertellen dat door een blikseminslag vroeger een gedeelte van een torenspits in de gracht was gevallen. In de kasteeltuin nabij de gracht werden wij duikers aangekleed, en om beurten zouden wij vanuit en houten boot van de jongens van de vaartuigendienst te water gaan. Langer dan verwacht moest ik in mijn duikerspak in de boot zitten tot het mijn beurt was om onder water te gaan. Hoe lang precies dat weet ik niet. 20 minuten of misschien nog langer zat ik afwachtend in de boot. Ik begon het de warme septemberzon in mijn duikerspak steeds warmer te krijgen en licht te transpireren. Maar uiteindelijk was het mijn beurt om uit de boot te stappen en in de gracht naar de bodem af te zakken en op zoek te gaan naar voorwerpen van welke aard dan ook. Onder water gekomen in de paar meter diepe modderige gracht van kasteel Helmond ga ik reeds half bevangen door de warmte van het lange zitten in de boot en het lastige adembenemend overboord klimmen vanuit de houten boot, op de bodem aangekomen steeds sneller ademen, steeds dikkere zweetdruppels parelen van mijn gezicht en lippen die het vochtige mondstuk vasthouden. Gejaagd steeds sneller gaat het ademen. Mijn longen gaan gejaagd in mijn steeds heftiger op en neer gaande borstkas. ‘Hyperventilatie’ !! vlamt door mijn gejaagde hersenen! Een verlammende angst schiet door mij heen. Mijn hart bonkt als een bezetene. Het liefst zou ik het mondstuk uit willen doen en mijn duikerspak van mijn hoofd willen rukken. Ik wil naar boven naar de oppervlakte frisse lucht inademen…lucht…lucht.. verse lucht wil ik in ademen ..niets en niets om mijn hoofd. Het strakke door angstzweet vochtige rubberen duikerspak knelt vochtig tegen mijn bezweet hoofd. ‘Denken !!!…goed nadenken…nadenken !!!. Blijf rustig. rustig…rustig !! gaat gejaagd door mijn paniekerige hersenen. Wat moet je doen…wat moet je doen bij hyperventilatie ? Mijn adem, hart en borstkas gaan steeds gejaagder. Ik trek aan de uitpuilende pooien die bij mijn borstkas tegen mijn lichaam drukkend duikerspak. Adem in houden…adem inhouden…. inhouden…schiet door mijn hoofd. doe je mond dicht …en pers je lippen op elkaar, ook al lijken je hersenen te barsten en je longen om zuurstof te schreeuwen.. Adem inhouden, kom op, je kunt het…je kunt het…je moet !! Iets anders kun ik niets doen schiet door mij heen. Het angstzweet stroomt in straaltjes aan de binnenkant van mijn strak tegen mijn hoofd klemmend rubberduikerspak naar beneden mijn kraag in. Ik hou met op elkaar geperste lippen mijn adem in ondanks dat mijn longen om zuurstof lijken te schreeuwen. Mijn vochtige tranende ogen lijken door de spanning uit hun kassen te worden geperst. Mijn hart bonkt als een bezetene in mijn borstkas. Het lukt ..ik hou mij adem zo lang mogelijk vast…. hou vast.. hou vast ..nog even !! Dan even tussendoor een flinke diepe ademhaling, en mond weer dicht, stijf dicht houden.. hou vast…hou vast, je kan het !! Na een paar minuten voel ik dat het beter gaat en een vlaag van Hemelse dankbaarheid naar boven schiet door mij hoofd. Mijn ademhaling is nog wel onrustig maar onder controle. Zeiknat is mijn haar en wollen duikerspak rondom mijn kraag. Ik ben opgelucht en intens dankbaar dat ik op een gegeven moment weer normaal kan adem halen. Uiteindelijk hebben mijn duikersmaten en ik die middag toch nog wat leuke dingen gevonden, zoals borden, bestek en het gedeelte van de ooit naar beneden gestorte torenspits. Zo hier laat ik het maar bij. De laatste twee maanden van je dienstplicht had je de bijnaam ‘Ouwe stomp’. En het moment van ‘afzwaaien’ is toch wel een vreemd iets, en tevens een uiteen gaan van je maten. Aan het einde van mijn diensttijd en duikersopleiding kregen wij duikers een certificaat, een diploma dat wij onze opleiding als duiker goed hadden volbracht. Als je belangstelling had kon je direct na het vervullen van je dienstplicht bij een bergingsbedrijf gaan werken, deze wilden je maar wat graag in dienst nemen, zoals toentertijd bij Smit-Tak of Wijsmuller, zoals mijn maat Gijs heeft gedaan. De Nederlandse duikers waren en zijn de beste van de wereld omdat zij hun opleiding bijna altijd in een volledige duisternis hebben gehad, en bij duikwerkzaamheden in het buitenland veel vaker hun werk in een zichtbare onderwateromgeving kunnen doen. Ikzelf ben weer na mijn diensttijd bij mijn oude werkgever Ingenieursbureau Van Steenis in Utrecht gaan werken en mijn werkzaamheden als Kartografisch tekenaar vervolgd, en een aantal Kartografische aanvullende cursussen gaan doen. Maar sommige duikmaten bleven duiker. Gijs werkte in het Midden – Oosten bij het aanleggen van havens. Eén duiker ging werken bij de sluizen in IJmuiden waar hij dagelijks de 15 meter diepe sluizen en o.a. enorme sluisdeuren ed. controleerde en inspecteerde. Een andere dienstmaat ging op een booreiland op de Noordzee werken, waar hij bijna dagelijks de enorme poten waarop het booreiland ruste tot een diepte van 60 meter inspecteerde en o.a. aangroeisel zo goed mogelijk verwijderde. Als je een goede duiker was moest je er voor zorgen dat je financieel met je 40e of 45e binnen was. Daarna werd het werk lichamelijk te zwaar. Het lijkt allemaal mooi en spannend en uitdagend en veel poen is er te verdienen. Maar vele voor mij onbekende duikersjongens zo las ik in de duikerslectuur zijn in de loop der jaren verdronken. Ik ben Kartograaf gebleven om mooie landkaarten te vervaardigen. Dit werk en landkaarten hadden mij altijd al aangetrokken. Bovendien wilde ik mijn karatetraining waarmee in in 1971 in Wijk bij Duurstede bij Wijnand van den Broek was begonnen tot de zwarte band afmaken. Uiteindelijk ben ik eind 2007 na ongeveer 35 jaar gestopt met karate. Maar aan mijn duikersperiode en maten bij de Genie heb ik mooie, spannende en dierbare herinneringen. Bedankt jongens, bedankt maten. m.v.g. Gerrit Marchal. Zie voor aanvullende foto’s Facebook onder : Lenie Gerrit Marchal

← Vorig bericht

Volgend bericht →

2 Reacties

  1. Ron de Wolf

    hallo Gerrit,
    hier Ron de Wolf uit den Haag, inmiddels al veertig jaar wonend in Delft
    getrouwd met een Delftse, een dochter die al 20 jaar in Madrid woont en een kleinzoon van 15
    we hebben elk jaar de bijeenkomst van de oude maten, dit jaar een lang weekend vanwege het gegeven dat het dit jaar 50 jaar geleden is dat we in dienst gingen als lichting 72-4
    groeten,
    Ron
    Arjan Wester met Sonja, Piet van de Berg met Marjet en Harry Rutgers met Ingrid en ik met Marianne

    • He, Ron, ‘ouwe zeepoog’, wat leuk om iets van je horen. Ik zie je bericht nu ( 20 mei 2022 ) pas. Wat leuk dat jullie elkaar als oude dienstmaten ontmoeten. Fijn en leuk om te lezen hoe het met je gaat.
      Mijn gegevens zijn : Gerrit Marchal ( en mijn vrouw Lenie ) onder facebook : Lenie Gerrit Marchal. ons adres is: Lubitschstraat 38 Almere 1325RW Emailadres: helenah51@hotmail.com telefoon: 06 23431253. Hartelijke groeten, Gerrit.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *